De twee jongens zijn in oktober 2008 veroordeeld tot werkstraffen en voorwaardelijke jeugddetentie omdat zij een 13-jarig leeftijdsgenootje met geweld hadden beroofd van een virtueel masker en virtuele amulet.

Zij hadden de knaap mishandeld en onder bedreiging van messen gedwongen in te loggen in het online spel Runescape. Vervolgens lieten ze de jongen de cape en de amulet overhevelen naar het account van een van de bedreigers.

Virtueel hetzelfde als stoffelijk?

De advocaat van een van de jongens was na de uitspraak in hoger beroep gegaan, maar dat leidde tot bevestiging van de eerder opgelegde straf. Het Hof oordeelde dat het masker en amulet beschouwd kon worden als voor diefstal vatbaar goed.

De advocaat van de verdachte vocht door en ging in cassatie. Hij wil dat de Hoge Raad zich uitspreekt over de kwestie of een virtueel goed voor het strafrecht aan dezelfde criteria voldoet als een stoffelijk goed.

De advocaat-generaal heeft nu de Hoge Raad het advies gegeven virtuele goederen inderdaad aan te merken als goederen die voor diefstal vatbaar zijn.

Economische waarde

“Virtuele voorwerpen vertegenwoordigen namelijk een economische waarde, zowel binnen als buiten het spel, en zijn onder meer te individualiseren en overdraagbaar", zo schrijft de advocaat-generaal aan de Hoge Raad. Dus heeft het gerechtshof eerder het juiste juridische toetsingskader gehanteerd, vindt hij. De Hoge Raad doet later dit jaar, op 4 oktober, uitspraak in de zaak.