Dit nieuws wordt naar buiten gebracht door onderzoekers van Bell Labs van Lucent Technologies. Deze 'nanotransistor' heeft de afmeting van een miljardste deel van een meter. Dat is zo'n tien keer kleiner dat de kleinste transistor die tot nu toe ontwikkeld is. Bijkomend voordeel van deze nanotransistors is het feit dat deze transistors niet in extreem steriel laboratorium gefabriceerd hoeven te worden. Bell Labs ziet deze ontwikkeling als een nieuwe doorbraak voor de volgende generatie van transistors die goedkoper en sneller ontwikkeld kunnen worden dan nu het geval is. Deze nanotransistor is niet gemaakt van het gangbare silicium maar van een organisch halfgeleider materiaal dat gebaseerd is op koolstof. Dit specifieke materiaal staat ook bekend onder de naam 'thiol'. Om deze microtransistors te kunnen ontwikkelen sneden de wetenschappers van Bell Labs een inkeping in de wafer (simpel gezegd de mal waarin de transistors gemaakt worden). Op de bodem werd een laagje goud aangebracht dat als een van transistors drie elektroden diende. Vervolgens werd de wafer ondergedoopt in een oplossing van thiol moleculen en een mengsel van andere organische moleculen. Als de wafer vervolgens weer uit de oplossing werd gehaald, bleef een film van exact één molecuul dik achter op de gouden elektrode. Volgens Bell Labs biedt deze ontwikkeling de mogelijkheid om in de toekomst enkele duizenden keren zo veel transistors op een chip te proppen dan nu mogelijk is. Silicium is sinds de uitvinding van de transistor in 1947 door Bell Labs een belangrijk bestanddeel geweest bij de fabricage ervan. Vanaf dat moment heeft de vooruitgang in de ontwikkeling van transistors zich voor het grote deel gehouden aan de Wet van Moore die zegt dat het maximum aantal transistors op een chip elke 18 tot 24 maanden verdubbelt. Sommige wetenschappers denken dat de Wet van Moore in zijn huidige verschijningsvorm een keer ophoudt te bestaan. Vandaar dat naar andere basiselementen zoals de op koolstof gebaseerde organisach materiaal gezocht wordt