Dat blijkt uit het toezichtrapport van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), dat naar de Tweede Kamer is gestuurd. De veiligheidsdiensten, zoals de AIVD en zijn militaire tegenhanger MIVD, hebben bepaalde bevoegdheden in het grootschalig afvangen van het wereldwijde telefoonverkeer, maar aan die bevoegdheden zitten ook restricties.

Zo mag in eerste instantie alleen telefoonverkeer grootschalig worden afgetapt op metadata en niet op de inhoud van gesprekken. Dat gebeurt toch en dat is wettelijk niet toegestaan. Op basis van die brede eerste 'search', zoals dat wordt genoemd, kan het aftappen gerichter worden ingezet.

Te breed geformuleerd

Maar in het verzoek tot toestemming voor een dergelijke gerichte tap wordt door de MIVD en de AIVD te brede formuleringen gebruikt over wie en welke organisatie het nu betreft. “Naar het oordeel van de commissie is het zo niet duidelijk welke personen en organisaties daar nu onder kunnen vallen", schrijft de CTIVD. Volgens de CTIVD worden daarmee de wettelijke bepalingen overtreden en zijn de privacyrechten van burgers in het geding.

Tijdens een onderzoek naar een organisatie kan tussentijds een nieuw persoon tot die gebundelde groep worden toegevoegd. Maar daarbij wordt niet gemotiveerd waarom die persoon tot de afgetapte groep zou moeten behoren. Doordat in veel gevallen waarin wordt gevraagd om taps te leggen niet goed wordt omschreven wat de “noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit" is, kan de commissie niet goed beoordelen of die taps wel rechtmatig zijn gebeurd.

Te lang afgetapt

Daarnaast worden personen te lang afgetapt zonder dat dat iets oplevert. Het zo geheten “afvoeren van identiteiten" gebeurt weinig. Daar zou wel sinds kort verbetering in zijn. Om de drie maanden kijkt de interne jurist naar “afvoerkandidaten", ook de minister krijgt die in de verzoeken tot toestemming voortaan te zien. Daarbij worden ook criteria genoemd die voortaan niet meer onderzocht hoeven te worden.

Overigens heeft de minister aan de Tweede Kamer laten weten een onderzoek te doen naar de brede afvang van het internetverkeer. Nu is dat nog niet wettelijk geregeld. Nog dit voorjaar wil minister Hillen van Defensie de Tweede Kamer daarover verder inlichten.