Het IoT koppelt zaken als sensoren, camera's, slimme kleding en andere informatiebronnen aan internet. En daarmee zouden die dingen ook direct aan elkaar gekoppeld moeten zijn, maar in de praktijk valt vooral die laatste stap tegen. Informatie ergens op internet plaatsen is niet lastig, zorgen dat informatie van verschillende bronnen gecombineerd kan worden, vereist afspraken over standaarden.

Op dit moment is er nog geen algemene standaard voor IoT. Dat maakt het moeilijk om de belofte van IoT waar te maken. Die stelt dat bijvoorbeeld informatie over de temperatuur in de woonkamer gecombineerd wordt met de actuele GPS-locatie van de bewoner, waarna de cv de opdracht kan krijgen om de verwarming vast aan te zetten als de bewoner op weg is naar huis. Ontwikkelaars verwijten elkaar een 'silo-mentaliteit'. Ze zouden zich stuk voor stuk alleen bezighouden met de ontwikkeling van de eigen applicatie en niet samenwerken met anderen. Ook is er discussie of het samenvoegen van gegevens als losstaande API aangeboden moet worden, of onderdeel moet zijn van de verschillende besturingssystemen.

Het gevolg is dat op dit moment vooral specifieke toepassingen binnen een ecosysteem ontwikkeld worden. Denk aan de S-Health applicatie van Samsung, die gegevens van de sensoren in de smartphone combineert met informatie van door Samsung ondersteunde randapparatuur, zoals hartslagmeters en slimme weegschalen. Apple werkt aan een eigen ecosysteem waarin onder meer de Apple Watch een hoofdrol speelt. Onderzoekers zijn het erover eens dat een oplossing voor het compatibiliteitsprobleem juist in software gezocht moet worden. Ze wijzen erop dat de groei van een open ontwikkelomgeving zoals Android meer ruimte geeft voor de innovatie die IoT nodig heeft dan gesloten systemen.

Kijk op Intel IT Center Connect. Hier kunt u rechtstreeks in contact komen met Intel IT-experts en leert u meer over best practices.