iTnews meldt dat een team van onderzoekers Amazon EC2, Google's AppEngine en Azure cloud computing services van Microsoft zeven maanden lang onder de loep hebben genomen. Daarbij werden 2000 gelijktijdige gebruikers gesimuleerd die verbinding zochten met de drie providers. En ondertussen turfden de onderzoekers de responsetijden en andere getallen.

Volgens Anna Liu van het onderzoeksteam zag ze op voorhand de grote mogelijkheden van de cloud. Maar omdat er zoveel hype en verwarring rond de term hing, zijn ze de diensten maar eens echt gaan onderzoeken.

Een positief resultaat kreeg het team op de schaalbaarheid. De services schalen dynamisch op en neer naar gelang het gebruik. Maar er zijn wel andere problemen. Alledrie de platformen blijken steeds nieuwe features toe te voegen en andere laten ze vallen. Bovendien varieerden de responsetijden met een factor twintig al naar gelang de tijd dat er contact werd gezocht.

Duidelijke doelgroepen

De drie diensten hebben duidelijke doelgroepen en dat blijkt ook uit de prestaties, aldus Liu. Zo kunnen je data processing taken bij Google AppEngine niet langer duren dan dertig seconden, maar dat is consistent met het businessmodel van Google, dat simpele webapplicaties aanbiedt die geen grote rekenkracht nodig hebben aan de back-end.

Amazon daarentegen biedt Infrastructure as a Service en daarvoor hebben ze de steun van andere partijen. Microsoft is echt gericht op bedrijven die hun applicaties in de cloud willen draaien.

Wat er nog ontbreekt zijn de monitoring tools die klanten in staat stellen om te kijken of de platformen voldoen aan de SLA's. Maandag zal Liu de volledige onderzoeksresultaten presenteren in Sydney. Bron: Techworld