IBM blijft op de eerste plaats staan van de top500 van supercomputers, die twee keer per jaar wordt opgesteld. De BlueGene/L-supercomputer van IBM, die staat geïnstalleerd in het Lawrence Livermore National Laboratory in de Amerikaanse staat Californië, kan 280,6 biljoen drijvende kommaberekeningen per seconde uitvoeren (oftewel: 280,6 teraflops).

Het is daarmee het enige systeem dat boven de magische grens van 100 teraflops zit. De opstellers van de top500 van supercomputers verwachten dan ook dat de BlueGene/L de lijst de komende edities van de lijst zal blijven domineren. Ook de tweede en derde plaats van de top500 zijn in handen van 'Big Blue'.

Op dit moment zijn 81 van de 500 supercomputers voorzien van Opteron-processors van AMD. Een jaar geleden gold dit nog maar voor 25 systemen. Intel verliest daarentegen marktaandeel in de top500. Vorig jaar leverde Intel nog de microprocessors voor 333 van de top500-systemen. Nu is dat aantal gedaald tot 301.

In de Verenigde Staten staan nog altijd verreweg de meeste supercomputers: bijna 300. Europa heeft zijn tweede plaats moeten afstaan aan Azië. Zes maanden geleden was Europa nog goed voor 100 systemen, nu zijn het er 83. In Azië staan nu 93 van de 500 snelste supercomputers. Dat zijn er 27 meer dan een halfjaar geleden.