De SM15000-server van het door AMD overgenomen SeaMicro kan 64 multicore-processors bevatten, van AMD of van Intel. In het eerste geval zijn het de nieuwe acht-core Piledriver-chips, waarmee de server in totaal 512 cores heeft.

In het tweede geval zijn het de quadcore Ivy Bridge-cpu's van Intel, waarmee de machine uitkomt op een totaal van 256 fysieke cores. Elke core van deze Xeon-chips doet zich via Hyperthreading voor als dualcore, waardoor het totaal voor de SeaMicro-server ook uitkomt op 512 stuks. Het systeem kan aanhaken op een eigen storage-cluster van wel 5 petabyte.

512 cores in 10U

Ondanks de geboden rekenkracht zijn de SeaMicro-machines zogeheten microservers; aanmerkelijk kleinere systemen dan reguliere servers. Een configuratie volledig gevuld met insteekmoederborden om het maximum van 512 cores te halen, neemt slechts tien rack-eenheden (10U) in beslag. Het vermogen staat volgens de leverancier gelijk aan een 32U opstelling gevuld met dualsocket-servers.

Het Intel- en het AMD-model verschillen nog wel op enkele punten van elkaar. Zo heeft de uitvoering met Ivy Bridge-chips maximaal 32 GB per fysieke processor, terwijl die met Opteron-processors 64 GB per cpu aankan. Daarmee kan het AMD-model op een totaal van 4 terabyte aan geheugen uitkomen.

Ook met Atoms

Overigens levert de AMD-dochter ook een uitvoering met dualcore (en quad-threaded) Atom-chips van Intel, die elk 4 GB geheugen per processor aankunnen. Het voorgaande model, de SM10000-XE, was al verkrijgbaar met quadcore Intel-chips van de Sandy Bridge-generatie, maar ook met Atoms. De opvolger met AMD's Piledriver- en Intels Ivy Bridge-chips is vanaf november verkrijgbaar.