“Dit is intern heel erg bediscussieerd", bevestigt directeur Michiel Leenaars van de Internet Society (ISOC) Nederland. “Bij sommigen gingen de haren erg overeind staan."

De kersverse directeur van de Internet Society Noord-Amerika is daar aangetreden na 1 jaar en 3 maanden als senior vice-president en chief technology policy officer bij belangenvereniging MPAA (Motion Picture Association of America). Hij heeft zich daar vorig jaar nog uitgesproken vóór het omstreden wetsvoorstel Protect-IP (PIPA).

'DNSSEC moet flexibeler'

Daarbij wees hij kritiek af van techneuten die stellen dat PIPA de werking van internet ondermijnt. Dat betreft onder meer het effect van inbeslagname van domeinnamen versus domeinbeveiligingsmiddel DNSSEC, dat nu wereldwijd wordt doorgevoerd. Volgens Bigner is DNSSEC echter niet ontworpen om bescherming te bieden aan buitenlandse websites gerund door criminelen met als doel het aanbieden van vervalst en inbreukmakend materiaal.

Bigner reageerde daarmee op een persconferentie die mede is gesponsord door de Internet Society, waaraan hij nu leiding geeft voor de Verenigde Staten en Canada. De topman gaf aan te geloven in een technologische aanpak van het piraterijprobleem. Een “geleidelijk ontwikkelend protocol" zoals DNSSEC “zou flexibel genoeg moeten zijn" om overheidsingrijpen, via de rechtbank, toe te staan voor de bescherming van intellectueel eigendom.

Dat staat haaks op wat de Internet Society uitdraagt. Technologiedirecteur Leslie Daigle heeft begin dit jaar nog in zakenblad Forbes bepleit dat 'makkelijke' oplossingen zoals DNS-filtering niet werken. Zowel PIPA als het soortgelijke wetsvoorstel SOPA bevatten voorzieningen voor piraterijbestrijding op basis van domeinnaamfiltering, via internetadresboek DNS (domain name system).

Professioneel, neutraal

Leenaars van de Nederlandse ISOC-tak sust de opgelaaide ophef over de Noord-Amerikaanse benoeming. Hij benadrukt dat de ISOC een professionele organisatie is en dat een goede professional als Bigner de zaken wel gescheiden kan houden. “ISOC verwart mensen niet met hun verleden." Het gaat hierbij ook om real world politics en diplomatie, legt Leenaars uit. “ISOC is een neutrale, hele diplomatieke club."

Hij vervolgt dat een organisatie niet verward moet worden met de mensen daarvan, en andersom. Bigners blog bij de MPAA zou dus de organisatieboodschap zijn en niet die van de topman zelf. “En als hij toch DNSSEC wil compromitteren, dan slaan we dat er wel uit." Leenaars haalt nog RFC-uitvinder Steve Crocker aan die binnen de ISOC heeft laten weten dat Bigner 'een good guy' is.

Bovendien is die nieuwe topman een waardevolle aanwinst, betoogt Leenaars: doorgewinterd, met een uitgebreid netwerk, aanzien én onderhandelingsinzicht. “Vanuit de MPAA komen hele zware internetplannen", erkent hij. De ISOC heeft nu iemand in huis met intieme kennis van die plannen en intenties, legt Leenaars uit.

Netneutraliteit

Vóór zijn tijd bij de MPAA heeft Bigner bijna 10 jaar doorgebracht in diverse topfuncties bij telecombedrijf Verizon. Dat Amerikaanse bedrijf heeft in 2010 samen met Google een overheidsadvies opgesteld voor netneutraliteit, wat volgens de twee belangrijk is maar níet voor mobiel breedband. Netneutraliteit staat voor neutrale doorgifte van data door providers, ongeacht de herkomst of aard ervan. Tegenover netneutraliteit staat filtering.

Bigner heeft van 2004 tot eind 2007 bij Verizon dienst gedaan als directeur verantwoordelijk voor federale overheidszaken. Daarbij heeft hij ook gelobbyd bij de telecomtoezichthouder FCC, die eind 2010 nieuwe regels voor netneutraliteit heeft opgelegd. De FCC hanteert weliswaar uitzonderingen voor netneutraliteit, maar toch zijn de regels Verizon niet naar de zin.

Beleidszaken

De nu aangetreden ISOC-directeur is van eind 2007 tot aan zijn overstap naar de MPAA betrokken gebleven bij overheidszaken. Zijn laatste Verizon-functie was executive director voor internet- en technologiebeleid. Daarbij had hij de verantwoordelijkheid voor het identificeren en inschatten van opkomende kwesties voor technologiebeleid. Zoals bijvoorbeeld netneutraliteit, piraterijbestrijding en nieuwe beveiligingsmogelijkheden.