Advanced Micro Devices (AMD) stelt in zijn aanklacht dat Intel concurrenten benadeelt door afspraken te maken met computerfabrikanten.

Maar Intel heeft districtsrechter Joseph Farnan ervan weten te overtuigen dat de vermeende schade die Intel AMD zou hebben toegebracht, niet binnen de Amerikaanse wet valt.

"AMD heeft zijn hoofdkantoor in de Verenigde Staten, de chips worden gemaakt in Duitsland, Maleisië, Singapore en China. Het bedrijf eist daarvoor al schadevergoeding via een rechtbank in Japan. Ook lopen er onderzoeken naar de handelspraktijken van Intel bij de Europese Commissie en de Koreaanse handelsautoriteit KFTC."

Deze vermeende schade vindt dus allemaal buiten de VS plaats en valt daarmee buiten de Amerikaanse wet, stelt Intel.

De rechter was het eens met deze kritiek. "AMD heeft niet aangetoond dat de vermeende handelspraktijken van Intel in het buitenland, direct en zichtbaar effect hebben op de Amerikaanse situatie. Daarom zal de rechtbank de claims van AMD, die gebaseerd zijn op vermeende misgelopen verkopen van AMD-processors aan buitenlandse klanten, opschorten", aldus Farnan. De behandeling van de zaak is nu uitgesteld tot april 2009.

AMD heeft al aangegeven bezwaar te zullen aantekenen tegen dit besluit van de rechter. Volgens één van de advocaten van AMD kan Intel, ondanks deze beslissing van de rechter, waar ook ter wereld 'niet ontsnappen aan de antitrustsancties voor zijn monopolistisch gedrag'.

Intel-woordvoerder Chuck Mulloy wilde na afloop niet veel meer commentaar kwijt dan dat het bedrijf blij is met de beslissing van de rechter.