Door de wetgeving kon de staat providers verplichten websites te blokkeren als deze volgens de overheid kinderporno bevatten. De rechtbank oordeel vrijdag echter dat dit in strijd is met het recht op vrijheid van meningsuiting. De bewuste wet werd in 2002 aangenomen en was de eerste poging in de VS om het internet via de internetproviders te reguleren. "Dit besluit geeft een duidelijk signaal over de ongeschiktheid en mislukte benadering waar dergelijke wetgeving voor staat", zegt Alan Davidson van het Amerikaanse Centrum voor Democratie en Technologie (CDT). Volgens het CDT en andere tegenstanders zorgde de wet ervoor dat providers een soort internetpolitie werden en bovendien verantwoordelijk werden gemaakt voor de inhoud van websites. Pennsylvania overweegt in beroep te gaan tegen de uitspraak omdat in de ogen van de staat de wet wel werkte. Het CDT denkt hier overigens anders over. In september vorig jaar spande de organisatie al een rechtszaak aan om de wet ongedaan te maken. Dit omdat volgens hen meer dan een miljoen websites ten onrechte zijn afgesloten omdat de vierhonderd websites die wél kinderporno bevatten hetzelfde ip-adres deelden bij het hostingbedrijf.