Zoals bekend loopt er nog steeds discussie over de vraag: moet de overheid investeren in breedbandinfrastructuur of niet? De discussie is vaak intensief, en wordt gevoerd op het scherpst van de snede. Binnen de kabelsector vinden we dat de overheid geen belastinggeld moet besteden aan infrastructuren, en sommige (regionale en lokale) overheden vinden van wel.

Glashart Amsterdam

Citynet Amsterdam is een van de eerste projecten die door de overheid is geïnitieerd. In 2001 is door de gemeente het plan opgevat om mee te gaan investeren in FttH, en in 2007 werd de eerste aansluiting gerealiseerd. De gemeente Amsterdam heeft hier miljoenen euro’s in geïnvesteerd, evenals enkele woningcorporaties.

Vorig jaar heeft KPN/Reggefiber het netwerk gekocht; het functioneert nu onder de naam “Glashart Amsterdam”. Het project is weer actueel, omdat het eind vorige week door de Europese FttH-council is uitgeroepen tot “successtory”. De succesverhalen hebben als doel om Europese overheden over te halen om mee te gaan investeren in FttH. Daarom is het interessant om eens goed te kijken naar het “succes”.

Telecommunicatie gaat over grote investeringen, grote investeringen gaan om veel geld, en veel geld gaat over de vraag: kan ik het terugverdienen of niet. Dat is het gevolg van de principiële (en naar mijn idee verstandige) keuze om de ontwikkeling van de infrastructuren aan marktpartijen toe te vertrouwen. Dus is de vraag of een project al dan niet een succes is, een kwestie van cijfers. Hoe zijn die bij Citynet? Het antwoord is onthutsend voor een project dat als een “successtory” wordt gepositioneerd: niet best.

Nog geen 10 procent klant

Er zijn 43.000 “homes passed” op het netwerk van Citynet. Eind 2009 bleken er maar 4.000 daadwerkelijke klanten te zijn. Dat betekent een belangstelling van nog geen 10%. Je hoeft geen wiskundige te zijn om te beseffen dat de dure investering die de gemeente Amsterdam heeft gedaan, nooit kan zijn terugverdiend.

De belastingbetaler in Amsterdam heeft bijgedragen aan een duur financieel avontuur zonder toegevoegde waarde. Want wat werd er verwacht toen het project van start ging? Daar gaf de Commissie Andriessen antwoord op: “een bandbreedte van ten minste 10 megabit per seconde in twee richtingen en op wat langere termijn zelfs 100 megabit per seconde. ... Diensten zoals hoogwaardige videotoepassingen moeten hiermee mogelijk worden. Er is maar één technologie voor de vaste infrastructuur die alles wat wij nu en straks willen aankan: glasvezel.”

Dit was de motivatie voor de overheid om belastinggeld te investeren. En waar staan we nu? De techniek is vooruit gehold bij de andere infrastructuren; de kabel, door vele consulants destijds afgeschreven, levert momenteel 1100% méér snelheid dan destijds voorzien werd voor FttH. En de grote maatschappelijke diensten, daar zitten we nog steeds mee in de beginfase.

Alarmbellen

Dat Amsterdam Citynet nu door de Europese FttH-lobbygroep naar voren wordt geschoven als een “successtory”, zou toch alle alarmbellen bij (de financiële afdelingen van) overheden moeten doen afgaan (als dit succes is, wat is dan een falend project?). In tijden van bezuinigingen is het moeilijk te begrijpen dat er belastinggeld wordt gestoken in overbodige en falende glasvezelprojecten (om misverstanden te voorkomen: ik ben erg vóór concurrentie tussen infrastructuren, niet tégen welke techniek dan ook en wens alle private partijen die zonder overheidsgeld hun infrastructuur verbeteren alle succes toe!)

Rob van Esch is directeur van NLkabel, de branchevereniging van kabelbedrijven.