De Europese Commissie stelt een vooronderzoek in tegen klachten van concurrenten dat Google een overweldigend dominant deel van de online zoekmarkt en van de online advertenties in handen heeft, waardoor het een oneerlijk voordeel heeft ten opzichte van rivalen in deze bedrijfstakken.

Zelfonderzoek

In de blogpost met de titel “Committed to Competing Fairly”, stelt Google: “Omdat Google is gegroeid, hebben we onszelf natuurlijk steeds meer moeten bevragen over onze rol in het advertentie ecosysteem en onze algehele benadering van concurrentie. Dit soort zelfonderzoek is noodzakelijk als je een groot bedrijf bent. Maar we hebben er altijd alles aan gedaan om er zeker van te zijn dat we ons succes op de goede manier verdienen – door technologische innovatie en geweldige producten, in plaats van door het insluiten van onze gebruikers of adverteerders, of door het opwerpen van kunstmatige belemmeringen.”

Kortzichtig nijlpaard

Google heeft zijn rijk opgebouwd onder het motto “Don’t Be Evil”, wat eigenlijk een steek onder de gordel is van Microsoft en andere techgiganten. Met die “Don’t Be Evil”-mantra probeerde Google te voorkomen dat het zelf ook zo’n kortzichtig nijlpaard zou worden, dat voordeel op de korte termijn zou stellen boven de reputatie van het bedrijf en het merk.

De bedrijfscultuur die door dat motto wordt gekweekt, omvat een gevoel van eerlijkheid, en bovendien een diepe bezorgdheid over de impact op Google zelf van de beslissingen die het bedrijf maakt. Klanten, partners en werknemers van Google hebben allemaal een soort vertrouwen gebaseerd op dat “Don’t Be Evil”-motto.

Maar het kan zijn dat Google nu een kritieke massa heeft bereikt, waardoor het te groot is om die mantra nog waar te kunnen maken, hoe goed bedoeld die ook is. De recente verwikkelingen omtrent de Nexus One en Google Buzz worden nu gemixt met de antitrust-beschuldigingen. En daardoor lijkt Google steeds meer op het spiegelbeeld van Microsoft dan op een rivaal.

Binnen de wet

Het is natuurlijk mogelijk dat Google gewoon een slachtoffer is van het eigen succes, net als een rockband die ineens succes krijgt en vervolgens door de fans wordt beschouwd als commerciële rommel. Maar kan Google nog iets anders doen? Moet het succes uit de weg gaan om ervoor te zorgen dat het niet te veel klanten krijgt en daardoor niet te veel geld verdient?

Het antwoord van Google op de beschuldigingen is: “Terwijl we feedback zullen geven en aanvullende informatie over deze klachten, hebben we er vertrouwen in dat ons bedrijf opereert in het voordeel van onze gebruikers en partners, en dat we voldoen aan de Europese mededingingswet.”

Spiegelbeeld van Microsoft

Maar de realiteit is dat alles wat hierboven beschreven staat tot op zekere hoogte waar kan zijn. Google kan opereren binnen de grenzen van de Europese mededingingswet, en daarnaast er ook nog naar streven om niet slecht te zijn, terwijl aan de andere kant het overweldigende succes van het bedrijf en de dominante positie die het heeft de markten zo kunnen beïnvloeden dat concurrentie vrijwel onmogelijk wordt gemaakt.

In Redmond zullen ze er in ieder geval niet wakker liggen om hoe Google precies verwerd van een slordige startup tot een antitrustnijlpaard. Daar stappen ze wat lichter door het gebouw en het ademen gaat deze dagen ook een stuk makkelijker. Nu blijkt dat Google, de zelfverklaarde vijand van Microsoft en leverancier van alle “niet slechte” dingen, met zijn inspanningen vooral heeft bereikt dat het zelf een Microsoft is geworden, in plaats van dat het Microsoft van zijn voetstuk heeft geslagen.

Bron: Techworld