Application Programming Interfaces (API's) zijn sterk in opkomst op internet. Naar schatting zijn er nu ruim 13.000. Bedrijven ontwikkelen ze om hun groei te versnellen. Ze stellen een computerprogramma in de vorm van definities beschikbaar zodat andere organisaties de functionaliteit van hun eigen systemen kunnen opvoeren.

Amazon-CEO Jeff Bezos had als een van de eersten door dat hier op de lange termijn veel geld mee te verdienen is. Hij besloot in 2002 dat alle Amazon-onderdelen hun data en functionaliteiten openbaar moesten maken. Tegelijkertijd voerde hij aanvullende richtlijnen in voor het bevorderen van openheid en samenwerking binnen zijn bedrijf. Hij sloot de aankondiging van de nieuwe koers af met duidelijke woorden: "Wie hier niet aan voldoet, wordt ontslagen. Dank u, en nog een fijne dag!"

API-economie

Inmiddels liften honderden bedrijven mee op een overvloed aan API's van Amazon, dat de codes achter zijn aanbevelingsmechanismen, productinfo, banners, in-app koopfunctie, zijn virtuele valuta en nog meer beschikbaar stelt. De grote toestroom aan salespartners leidt tot een hogere omzet, meer inkoopmogelijkheden en lagere kosten bij Amazon.

Omdat inmiddels veel internetbedrijven, waaronder eBay, Facebook, Twitter en Salesforce, vele API's aanbieden, mogen we wel stellen dat we in een 'API-economie' werken. Met zijn allen werken developers driftig aan de realisatie van een online leidingstelsel. Niet alleen om de omzet van bedrijven te verhogen, ook om samenwerking en innovatie te bevorderen.

Op tempo opleveren

Maar het bouwen van API's, zeker in het tempo waarin dat nu gebeurt, is geen sinecure. De eisen liggen hoog en komen steeds hoger te liggen. API's moeten 100% veilige en stabiele connecties leveren, in- en extern simpel te gebruiken en te managen zijn, lastig te misbruiken en uitgebreide gebruiksstatistieken kunnen afgeven. Liefst binnen een cloudprogramma waar je snel doorheen kan clicken.

Daarom vallen IT-teams vaker terug op snel aan te passen API-structuren, vergelijkbaar met de organisaties waar Formule 1-teams aan gewend zijn. In de Formule 1 mag je elke auto als prototype beschouwen, omdat deze bij de volgende race alweer aangepast is. Om dit mogelijk te maken is elke auto opgebouwd uit makkelijk te vervangen onderdelen, sterk gedefinieerde interfaces en ingebouwde controllers en analytics. Enkele delen van de auto blijven misschien onveranderd, maar veel componenten worden aangepast op basis van lessen uit vorige races.

Aanhaken

Moderne ondernemingen stoelen de bouw van API's dan ook op dezelfde principes als de manier waarop racewagens doorontwikkeld worden. Altijd open voor mogelijkheden om prestaties te verbeteren en een perfecte balans tussen verandering en stabiliteit. 'Try early, learn fast and scale easily' gaat voor beide werelden op. We mogen ons opmaken voor een tijd waarin agile development in alle opzichten opgaat voor de API-economie.