Naast prijzen voor artiesten reikt de National Academy of Recording Arts and Sciences ook Grammy's uit aan bedrijven of personen die de muziekindustrie op technologisch gebied hebben geholpen. Dit jaar is de keuze gevallen op Robert Moog, de pionier op het gebied van elektronische muziek die de Moog-synthesizer ontwikkelde, en op Apple. Eerdere winnaars van de Grammy voor techniek zijn onder meer de uitvinder van het Dolby-geluid Ray Dolby en de ontwikkelaars van de compact disc Sony en Philips. Apple is de eerste pc-maker die de Grammy uitgereikt krijgt. Volgens de academie is Apple toonaangevend geweest in het ontwikkelen van computertechnologie voor de opnamestudio. Daarmee zou het computerbedrijf een revolutie hebben veroorzaakt in de manier waarop muziek wordt geschreven, opgenomen en gemixt. Apple-topman Steve Jobs zei verheugd te zijn dat zijn bedrijf een rol speelt in hoe muziek wordt gemaakt, én genoten. De muziekindustrie is over dit laatste punt waarschijnlijk minder enthousiast. De branche voert immers een verbeten gevecht tegen de mogelijkheden die pc's bieden om muziekbestanden uit te wisselen en te kopiëren. Jobs uitte kritiek op de manier waarop platenmaatschappijen de digitale distributie van muziek aanpakken. Recent gelanceerde betaalde digitale diensten als MusicNet en Pressplay worden volgens hem geen succes omdat zij gebruikers beperken. Zo is het branden van cd's of het overzetten van bestanden op mp3-spelers aan strikte voorwaarden onderhevig. "Niemand gaat die diensten gebruiken", aldus Jobs. "Als je legaal muziek koopt, moet je die op elk apparaat dat je hebt kunnen afspelen." Apple noemde zijn eigen mp3-software iTunes en mp3-speler iPod `voorbeelden van verantwoorde producten voor digitale muziek die zowel door de industrie als de consument worden gewaardeerd'. Apples iPod heeft geen kopieerbeveiliging. Wel kunnen muziekbestanden slechts vanaf één computer naar de mp3-speler worden overgezet, om te voorkomen dat de iPod wordt gebruikt om bestanden uit te wisselen.