Microsoft is al een paar maanden bezig met exploitatie van het online besturingssysteem Azure, waar applicaties en diensten in een cloud-omgeving kunnen draaien. Sinds februari factureert Microsoft gebruikers voor de diensten van Azure, nadat in januari de dienst voor testers online ging. Het loopt geen storm bij de inschrijvingen voor het cloud-platform van Microsoft, dat bestaat uit Windows- en SQL Azure. Ook niet zo gek, want volgens Microsoft Nederland zijn ontwikkelaars nog hard bezig om extra functionaliteiten aan het platform toe te voegen.

Momenteel zijn het met name partners van het bedrijf die met de cloud van Microsoft experimenteren, zegt Bram Veenhof. Hij is architect bij de developer-groep van Microsoft en betrokken bij de uitrol van Azure in Nederland. “Enkele tientallen organisaties zijn momenteel aan het testen met Azure. Daarbij gaat het om bedrijven als Shell en KLM, maar ook om hogescholen en universiteiten.”

Monitoring nog onvolwassen

Volgens Veenhof is Azure vooral interessant voor startups die in eerste instantie niet veel kunnen investeren en voor bedrijven die specifieke workloads willen uitbesteden, zoals onderzoeksinstellingen en verzekeraars. “Een verzekeraar heeft het voor het berekenen van nieuwe polispremies slechts een maand per jaar heel erg druk.” Ook bedrijven die te maken hebben met voorspelbare piekmomenten profiteren van de cloud. “Domino’s Pizza in Amerika is zo’n voorbeeld. Zij verwerken pieken met bestellingen tijdens de Super Bowl (+200%) en Thanksgiving (+100%). Dat zijn de enige twee dagen in het jaar dat ze behoefte hebben aan extra capaciteit, de rest van de dagen verlopen hetzelfde", aldus Veenhof.

Toch zegt de architect dat de cloud zich niet voor alle vormen van software even goed leent. Met name het terugbrengen vanuit de cloud naar een situatie on-premise kan lastig zijn. Veenhof: “Software die zwaar leunt op opslag en gebruik maakt van monitoring en online-management laat zich lastig exporteren vanuit te cloud.” Met name monitoring binnen de cloud is nog niet volledig tot wasdom gekomen bij Azure. Tot nog toe kunnen programmeurs alleen via een API monitoring binnen een applicatie inbouwen en niet vanuit de omgeving van Azure een samenhangend overzicht krijgen. “Later dit jaar komt de bèta van System Center Cloud uit. Daarmee kun je de volledige infrastructuur monitoren, zowel in de cloud als on-premises.” Ook wordt nog gewerkt aan een omgeving waarin kant-en-klare virtuele machines beschikbaar komen.

Afhankelijk van de componenten en programmeertaal (.NET verdient de voorkeur) kan het vrij eenvoudig zijn om programma’s naar de cloud te brengen. “Basis SQL, websites en webservices kunnen zo binnen cloud opgezet worden”, vertelt Veenhof. Lastiger wordt het met local storage componenten en geavanceerde SQL van SQL Server. Maar in pricipe draait alles in de cloud.

Keuze tussen Europees of wereldwijd

Geografisch gezien kent Microsoft wat betreft Azure op dit moment vier datacenters in de VS, twee in Europa en twee in Azië. Deployment kan wereldwijd plaatsvinden of alleen binnen de Europese Unie. In dat geval wordt gebruik gemaakt van datacenters in Dublin en in de omgeving van Amsterdam. Die laatste is geen eigendom van Microsoft zelf, maar van een partner. “Waar het precies ligt en van wie het datacenter is mag ik helaas niet zeggen”, licht Veenhof toe. Wel kan hij garanderen dat data bij Microsoft drie keer wordt opgeslagen, ongeacht of je voor wereldwijde of enkel Europese cloud kiest. Twee keer op de hoofdlocatie en een keer in een secundair datacenter. Uitbreiding van het aantal datacenters voor cloud in de nabije toekomst ligt voor de hand.

Bron: Techworld