Het filmscript over een hacker die in zijn eigen computer terechtkomt, werd geschreven in 1981. Dit was het jaar waarin de eerste computerspellen de wereld veroverden en waarin IBM met zijn PC kwam. Het is dus niet verwonderlijk dat als onderwerp de futuristische wereld van de computer werd gekozen. Net zo min verwonderlijk is het feit dat de speciale effecten met de computer nog in de kinderschoenen stonden. Er waren in die tijd slechts enkele bedrijven die experimenteerden met computeranimatie. De bedrijven Mathematic Applications Group en Information International Incorporated hielden zich bezig met 3d-modellen. Het animeren hiervan werd gedaan met computers die net zo groot waren als een flinke koelkast. Het renderen van een enkel frame duurde tien minuten. In Tron zit dertig minuten aan animaties. Dit betekende negenduizend uur aan laadtijd. Tegenwoordig kan een spelcomputer al zonder laadtijd betere graphics tonen. Ondanks de revolutionaire speciale effecten was de film geen succes. Tron won zelfs geen Oscar voor technische prestaties. Regisseur Steve Lisberger zegt op Techtv.com dat dit waarschijnlijk kwam doordat de jury het gebruik van computers niet als 'special effects' beschouwde. Het animeren van miniaturen en modellen waren technische prestaties in de ogen van de juryleden. Het gebruiken van computers was eigenlijk 'valsspelen'. De opvolger Tron 2.0 is volgens IMDb nu in de maak. Het plot draait dit keer over een hacker die zichzelf in cyberspace wil verplaatsen voor de ultieme hack. Het woord 'tron' schijnt in Amerika dankzij de film te worden gebruikt als 'slang' voor iemand die niet te bereiken is via telefoon of email. Ook is 'tron' een commando in de programmeertaal Basic voor 'line number tracing'.