De brief (pdf) is gestuurd aan de Taskforce breedband die is aangesteld door staatssecretaris Frank Heemskerk van Economische Zaken. Die werkgroep gaat onderzoeken wat decentrale overheden samen met bedrijven kunnen doen om de uitrol van snelle breedbandnetwerken mogelijk te maken. De Taskforce moet voor 1 maart 2009 advies uitbrengen aan Heemskerk.

BBned, Online en Tele2 vinden dat overheden een faciliterende, maar ook een financiële of participerende rol moet kunnen spelen bij de uitrol van supersnelle breedbandnetwerken. Ze stellen daarbij wel de eis dat overheidssteun niet leidt tot een marktverstorende situatie.

Nondiscriminatoire toegang

De providers willen een "open en nondiscriminatoire toegang" tot het netwerk als decentrale overheden een bijdrage leveren aan de uitrol. Dat betekent dat meerdere aanbieders op hetzelfde netwerk diensten kunnen aanbieden aan consumenten.

De drie DSL-aanbieders staan lijnrecht tegenover de kabelaars, die vinden dat met breedbandsteun dure belastingcenten naar de koperconcurrenten gaan. De kabelaars, zo zeggen ze zelf, hebben immers met de opwaardering van de kabel (Docsis 3) al grote private investeringen gedaan.

Glasvezel

Tot tevredenheid van de kabelaars plaatsen ook telecomtoezichthouder OPTA en mededingingsautoriteit NMa kritische kanttekeningen bij financiële breedbandsteun door overheden. Zij vinden dat de uitrol van glasvezel het beste aan 'de markt' kan worden overgelaten. Gemeenten kunnen wel een grote rol spelen in bijvoorbeeld het coördineren van graafwerkzaamheden en het vlot verlenen van vergunningen.

In september 2009 kregen gemeenten meer wettelijke speelruimte om te investeren in lokale breedbandprojecten zoals glasvezel. Die ruimte voor overheidssteun kwam van staatssecretaris Heemskerk van EZ. Voorheen mochten gemeenten alleen in breedbandprojecten investeren als er sprake was van 'marktfalen'.

Tweede Kamer jaagt uitrol aan

De Tweede Kamer eist dat de overheid meer vaart zet achter de overgang naar glasvezelaansluitingen. Alle woningen in Nederland moeten binnen "een periode van vijf tot tien jaar" toegang hebben tot glasvezel.