Het Nederlandse ICT Instituut in de Zorg (Nictiz) moest per 11 juli komen met een voorstel voor een voortzetting van het Landelijke Schakelpunt (LSP), de spil van het eerder afgeschoten EPD (elektronisch patiëntendossier). De Kamer heeft daartegen geprotesteerd, omdat de politici op dat moment met reces zijn en pas begin september weer aan het werk gaan. CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt heeft daarom een interpellatiedebat aangevraagd. Dat vindt deze woensdag plaats.

Omtzigt was bang bij terugkomst van vakantie voor een voldongen feit te worden geplaatst. Nu heeft minister van Volksgezondheid Schippers het Nictiz zes weken uitstel gegeven, zodat zij pas per 22 augustus met hun bevindingen hoeven te komen. Vervolgens worden die, met de vervolgstappen, naar de Kamer gestuurd.

Zorgen over privacy

Het landelijke EPD is dit voorjaar gesneuveld in de Eerste Kamer. Struikelpunt waren de zorgen over onder meer de beveiliging van een dergelijke grote medische database. Nictiz kreeg van de minister vervolgens de opdracht te zoeken naar een alternatief en daarover in gesprek te gaan met de zorgsector. In de sector zijn zo'n vijftig medische databases in gebruik. Die zijn mogelijk te ontsluiten door het eerder genoemde schakelpunt (LSP). De zorgsector wil graag dat schakelpunt behouden en moet nu zorgen voor financiering.

In die aanloop naar zo'n alternatief EPD hebben de Kamerleden Omtzigt, Kuiken, Leijten en Gerbrands in diverse moties gevraagd of de minister strakke randvoorwaarden wil stellen. Daaraan moet de vorming van zo'n private EPD dan voldoen. Zo zouden patiënten niet zonder uitdrukkelijke toestemming in zo'n alternatief EPD mogen worden opgenomen. Verder willen de Kamerleden dat patiëntenorganisaties aan tafel komen zitten bij de gesprekken tussen het Nictiz en de zorgsector.

Minister staat machteloos

De minister zegt echter geen bemoeienis meer te hebben met de ontwikkeling van het schakelpunt nadat de Eerste Kamer het plan heeft afgeschoten. “Door het verwerpen van het EPD-wetsvoorstel ontbreekt thans de mogelijkheid nadere wettelijke eisen te stellen aan (de inrichting en vormgeving van) het LSP." Daarbij gaat de minister lijnrecht in tegen het standpunt van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP).

Het CBP heeft in mei een brief gestuurd naar de minister met daarin de stelling dat zij verantwoordelijk blijft voor het LSP totdat de zorgsector werkelijk van Nictiz alles overhandigd heeft gekregen. Dus zoals het nu staat tot zeker 22 augustus. “En die opvatting huldigen wij nog steeds", zegt een woordvoerder van het CBP tegen Webwereld. Zij wil verder nog niet dieper op de zaak ingaan omdat het CBP nog in gesprek is met Nictiz over het LSP.

Status onbekend

De minister heeft de Kamer wel toegezegd een nadere juridische analyse uit te voeren naar de status van het LSP nu het EPD-wetsvoorstel is verworpen. Zij wil nog deze week de Kamer informeren over de uitkomsten daarvan.