Dat concluderen onderzoekers in het verslag 'Kinderen beschermd tegen seksueel misbruik' van het Verwey-Jonker Instituut samen met de Universiteiten van Utrecht en van de VU Amsterdam.

In het rapport komen de onderzoekers tot de conclusie dat het bezit van kinderporno grootschaliger is en de aard van het materiaal ernstiger dan zo'n tien jaar geleden. "Er is vanaf 2001 een duidelijke toename van het aantal aangiften van overtreding van artikel 240b Sr. (het maken, bezitten en verspreiden van kinderpornografisch materiaal, red.)."

Bovendien zijn de verspreidingsmogelijkheden op internet sterk toegenomen waardoor 'een toename is te constateren van eindgebruikers', die makkelijker zijn op te sporen dan pedofiele netwerken en producenten.

In 2002 werd de wet op kinderpornografie aangescherpt. Door de wijzigingen is het makkelijker geworden om verdachten op te sporen en strafrechtelijk te vervolgen.

De komende jaren wil de minister van Justitie meer investeren in deskundigheid, expertise en capaciteit bij de aanpak van cybercriminaliteit. Hierdoor zal de opsporing en vervolging van kinderporno ook verbeteren, aldus het ministerie.

Dat de aanpak verandert, blijkt onder meer uit het feit dat justitie sinds 1 augustus bij iedereen die is veroordeeld voor het verspreiden, fabriceren of downloaden van kinderporno dna-materiaal afneemt.

Binnenkort stuurt minister Hirsch Ballin van Justitie een notitie naar de Tweede Kamer waarin hij zijn plannen over de aanpak van kinderporno uiteen zet.