Dat blijkt uit een onderzoek van Cyveillance, een bedrijf dat het internetverkeer bijhoudt voor zakelijke klanten. Bij grote Amerikaanse partijen als onder meer AOL en Yahoo, eigenaar van Geocities, blijken homepages voorzien te worden van zogeheten 'webbugs', die informatie vergaren over bezoekers en deze gegevens doorsturen naar derde partijen. Tot die derde partijen behoren AOL en Yahoo zelf, maar ook advertentiebureaus als DoubleClick en Linkexchange. De houders van homepages weten zelf vaak niet dat er webbugs op hun pagina's geplaatst worden. Zo is de technologie bij AOL verstopt in een advertentie voor een gratis proefabonnement bij de internetprovider. AOL-gebruikers die een homepage maken, krijgen een beloning van 50 dollar voor elk proefabonnement dat via de advertentie wordt afgesloten. Volgens de gegevens van Cyveillance is het gebruik van webbugs de afgelopen drie jaar met 488 procent toegenomen. Gemiddeld is het vijf keer waarschijnlijker geworden dat een internetpagina een webbug bevat dan drie jaar geleden. De webbugs worden ook op sites van bedrijven gebruikt, maar bij de particuliere homepages is de stijging verreweg het grootst. Van de persoonlijke pagina's bevat 18 procent een webbug, tegen slechts een half procent drie jaar geleden. Van de sites van de 50 grootste bedrijven uit de ranglijst van het tijdschrift Fortune bevat 16 procent een webbug op de homepage. De webbugs kunnen onder meer informatie vergaren over het IP-adres van de bezoeker en de gebruikte browser. Ook kunnen zij worden gekoppeld aan cookies. Veel bedrijven gebruiken de webbugs om statistische gegevens over het bezoek van hun site te verzamelen, zoals welke pagina's het best gelezen worden. Volgens Cyveillance kan een associatie met webbugs pogingen van bedrijven om het vertrouwen van klanten te winnen 'ernstig ondermijnen'. Bedrijven zeggen de webbugs vooral te gebruiken om algemene gebruikerspatronen te kunnen distilleren, en niet om persoonlijke informatie te vergaren. Niettemin meent Cyveillance dat het onzichtbare karakter van de bugs de nodige privacykwesties met zich meebrengt. Vanuit de hoek van privacygroeperingen was er al kritiek op het gebruik van webbugs. De Privacy Foundation bracht eerder dit jaar de software Bugnosis uit waarmee internetters kunnen controleren of een pagina een webbug bevat. Indien een webbug gevonden wordt, hoort de bezoeker een 'uh-oh'-geluid uit zijn computer komen. De gebruiker heeft tevens de mogelijkheid het bedrijf in kwestie een mailtje over het gebruik van de webbug te sturen.