Dat blijkt uit onderzoek van de Stichting KijkOnderzoek. Volgens de organisatie had in de tweede helft van vorig jaar 66 procent van de Nederlandse huishoudens een dvd-speler. Het aantal huishoudens met een videorecorder neemt juist af, en bedraagt nu 70 procent.

Vooral huishoudens met kinderen hebben de beschikking over een dvd-speler (ruim 80 procent). Bij eenpersoonshuishoudens ligt dat percentage een stuk lager: 46 procent.

In bijna 7 procent van de huishoudens is een dvd-recorder aanwezig en bij ruim 4 procent een harddiskrecorder.

De meeste Nederlanders prefereren de gewone televisie boven het kijken naar een dvd of video. Van alle kijktijd besteden mensen 3 procent aan dvd-kijken en 2 procent aan de video. Huishoudens met een dvd- of harddiskrecorder maken meer gebruik van hun apparaat. De recorders zijn daar goed voor 7 à 8 procent van de kijktijd.

Bijna 8 procent van de ondervraagden kijkt wel eens via de pc naar televisie. Dat gebeurt het meeste bij huishoudens met kinderen en een hogere sociale klasse en bij werkenden.