Momenteel bemachtigt men vooral bitcoins door ze te kopen of te verhandelen. Het delven van bitcoins op kleine schaal is tegenwoordig moeilijk. Alleen al de grote hoeveelheid stroom die nodig is voor het ontsleutelen van bitcoins, maakt het voor de enkeling onaantrekkelijk.

Bitcoins delven

Toen de bitcoin net op de markt kwam was het mogelijk om deze zelf te delven, ofwel 'minen'. Alles wat je nodig had was een stevige computer met een goede grafische kaart en bepaalde hard- en software. Via een peer-to-peer netwerk ging het minen eigenlijk vanzelf en was het in verhouding simpel om wat bitcoins binnen te halen.

Iedere bitcoin bestaat uit een bepaald getal dat aan vastgestelde cryptografische regels voldoet. Dit getal moet worden berekend door één of meerdere computers. De snelheid van de berekening wordt uitgedrukt in "megahashes per seconde" (Mhash/s).

Bitcoins kraken

Elke bitcoin is gevormd uit een datablock, wat weer bestaat uit (een deel van) van alle netwerktransacties. Een block heeft daarnaast altijd een connectie met het vorige en bevat een wiskundige code. Deze code kan door een computer met de juiste apparatuur en programmatuur worden gekraakt. De oplossing bestaat uit een getal (de oplossing van de 'som'). Samen met de andere cijfers vormt die de sleutel tot een bepaald aantal bitcoins, afhankelijk van het moment, de moeilijkheidsgraad van de 'som' en nog een aantal factoren.

Mining-pools

Op gegeven moment hielden zoveel mensen zich bezig met het minen van bitcoins, dat het steeds moeilijker werd deze te decoderen. De sequenties en de codes werden steeds complexer en dit had tot gevolg dat een stand alone computer het niet alleen meer aan kon. Ook de hoeveelheid stroom die deze processen vroegen werd op den duur te veel. Een particulier betaalde uiteindelijk meer aan energie, dan de bitcoins opbrachten.

De oplossing vonden de delvers in 'miningpools'. Door meerdere computers met grote aantallen videokaarten te koppelen werd meer rekenkracht opgeleverd. Ook kon de energievraag op deze manier worden verdeeld. Maar ook deze samenwerking werd achterhaald en men moest overstappen naar het delven op nog grotere schaal. Zo ontstond de bitcoinmijn.

Bitcoinmijn

Het delven van bitcoins vraagt tegenwoordig veel kapitaal. Immers, voor het oplossen van de sequenties zijn talloze computers met de juiste programmatuur en aanverwante zaken nodig. Verder moeten de serverruimtes, waar de computers staan, goed gekoeld en geventileerd worden. Ook is het van groot belang dat de computers, waarmee de bitcoins worden gevonden, goed beveiligd zijn tegen cyber-aanvallen.

Om dit alles te kunnen faciliteren, zijn er op verschillende plekken in de wereld zogeheten bitcoinmijnen opgericht. De locaties worden vaak geheim gehouden om ongewenste bezoekers te weren. De mijnen bestaan meestal uit enorme hallen vol supercomputers. Deze computers zijn zo ontworpen dat ze maar één doel hebben, zo snel en zoveel mogelijk bitcoin-codes kraken.

Energievraag

Het minen van bitcoins kost veel elektriciteit. Zo heeft de firma 'Not Only Dev' berekend dat sinds het ontstaan van de eerste bitcoin (ongeveer 5 jaar geleden) er 150.000 megawattuur aan stroom is verbruikt om alle bitcoins tot nu toe te delven. Dat is genoeg om de Eiffeltoren 2,5 eeuw te kunnen verlichten.

Nu zijn de meningen over het stroomverbruik verdeeld, maar iedereen met kennis van bitcoins minen beaamt dat het energieverbruik hoog is. Volgens een andere bron kost het 'jaarlijks waarschijnlijk minder dan een kleine waterkrachtcentrale oplevert, maar zeker meer dan het energiegebruik van 600 Amerikaanse huishoudens'. Linksom of rechtsom, het kost meer stroom dan een particulier kan en wil opbrengen.

Duurzame bronnen

Om zo goedkoop mogelijk bitcoins te bemachtigen, wordt er door de oprichters van de mijnen gezocht naar energiebronnen, die veel stroom opleveren tegen zo laag mogelijke kosten. Dat blijken vooral duurzame energiebronnen te zijn. Zo is er in IJsland een bitcoinmijn, die vrijwel volledig draait op geothermische energie.

In China en de Verenigde Staten zijn veel mijnen die werken op hernieuwbare elektriciteit, bijvoorbeeld waterkracht en zonne-energie. Waar men eerst bang was dat het delven van het virtuele geld milieuvervuilend zou zijn, lijkt het nu eerder bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van duurzame energie.

Uiteindelijk zal degene met de meeste rekenkracht en de laagste energiekosten de laatste bitcoin delven. Dat is echter een code die nog gekraakt moet worden.