De reis door de tijd begint in het Nationaal Laboratorium van het Amerikaanse Brookhaven. De onderzoekers van het nucleair onderzoekscentrum wilden de relaties met de wantrouwende omwonenden verbeteren.

Daarom ontwikkelde wetenschapper William Higinbotham in 1958 het spel Tennis for Two. Het was een enorm succes en bezoekers stonden in lange rijen voor het centrum om even te mogen spelen, zo schrijft Burnham.

Het spel was volgens een analoge technologie gebouwd, als een flipperkast met schakelaars. Maar weinigen konden zich voorstellen dat zich uit dit primitieve spel eind jaren zeventig de gamesindustrie zou ontwikkelen, die uitgroeide tot een miljardenbusiness.

De eerste commerciële hit was Pong, de spelcomputerversie van het tennis. De echte doorbraak naar het grote publiek bleek Space Invaders, waar geblokte wezens de aarde aanvallen.

Thuiscomputers als de Atari 2600 en speelkasten in snackbars brachten legendarische games als Pac Man en Donkey Kong. Het boek, 'Supercade: A Visual History of the Videogame Age', houdt op in 1984.