Privacywaakhonden bekritiseren al tijden het tracken van internetgebruikers. Ze waarschuwen daarbij onder meer voor digitale discriminatie: een internet van arme of juist rijke mensen. Een onderzoek van de Amerikaanse universiteit Princeton, in samenwerking met de KU Leuven, hoopt nu meer inzicht te verschaffen in de werking van online tracking. Hiermee willen critici meer munitie krijgen in hun strijd tegen deze manier van data vergaren.

Bots imiteren surfgedrag

Daarvoor zijn inmiddels speciale bots losgelaten. Deze kleine computerprogramma's zoeken hun eigen weg op het internet en krijgen elk een apart nepprofiel mee, met bijvoorbeeld iemands leeftijd, geslacht, interesses of sociale status. De resultaten leveren een grote hoeveelheid data op. Dit vergt volgens de onderzoekers een ingewikkelde vorm van geautomatiseerde 'reverse engineering'.

Leider van het onderzoek is Arvind Narayanan, professor aan Princeton. Narayanan was eerder betrokken bij Do Not Track, het voorstel om gebruikers van webbrowsers de mogelijkheid te geven om aan websites te laten weten niet via cookies gevolgd te willen worden.

Gevaren van data vergaren

Volgens Narayanan zijn er vele negatieve gevolgen van het op grote schaal in kaart brengen van internetgebruikers. Een bekend voorbeeld is de filter-bubble. Mensen krijgen hierdoor steeds meer informatie te zien die bij hun eerdere zoekgedrag past. Nadeel daarvan is volgens hem en andere critici dat mensen nooit meer uit hun comfort zone komen. Een ander nadeel die hij noemt zijn de gepersonaliseerde reclames, die bijvoorbeeld op iemands sociale klasse of etniciteit worden aangepast.

Diagram van hoe cookies met advertentieplatform AppNexus worden gesynchroniseerd. Zo ontstaat een afgebakend profiel van een internetgebruiker.