Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2003 beschikte bijna zes op de tien huishoudens over een computer met internetaansluiting. Dat is vier keer zoveel als in 1998. Van de huishoudens met internet heeft een steeds groter deel breedbandinternet. Lag het percentage in 2002 nog op 24 procent, in 2003 was dat gestegen tot 34 procent. Het aantal internettende huishoudens met een analoge inbelverbinding nam in dezelfde periode met 10 procentpunt af. Zestig procent van de ondervraagden ging in 2003 regelmatig online. Internetters waren vorig jaar gemiddeld zeven uur per week online. Dat is gemiddeld een uur langer dan een jaar eerder. Vrijwel alle jongeren van twaalf tot zeventien jaar gebruiken regelmatig een computer, bijna negen op de tien zijn regelmatig online. Dat wordt minder naarmate de leeftijd hoger ligt. Van de 75-plussers zit een op de tien regelmatig achter de computer, een op de twintig gebruikt het internet.