Met het vernieuwen van de huidige site en door meer richting Web 2.0 te gaan, hoopt de encyclopedie een nieuw publiek aan te trekken dat nu nog veelvuldig het gratis Wikipedia raadpleegt. Anders dan op Wikipedia, de grote concurrent van het elitaire Encyclopaedia Britannica, kunnen gebruikers niet anoniem of onder een alias hun stukken plaatsen.

Pas als de gebruikers hun naam en adres hebben opgegeven, en een abonnement hebben genomen op de encyclopedie, kunnen zij een artikel toevoegen aan de internetversie van Britannica. En de encyclopedie bepaalt zelf welke teksten de site halen, en uiteindelijk welke lemma's in de gedrukte versie verschijnen.

"We willen ook geen Wiki zijn. Dat is wel het laatste wat we willen," aldus de baas van Britannica, Jorge Cauz, tegenover de Times. Daarmee doelt de CEO op de eenvoudige manier om artikelen te plaatsen op Wikipedia. "Britannica biedt die mogelijkheid niet. Gebruikers kunnen niet zo maar alles schrijven wat ze willen en zien dat zeker niet online terug. Elke bijdrage wordt eerst nauwkeurig nagelopen door onze redacteuren."

Ander soort publiek

Doordat voorheen alleen een team van eigen deskundigen artikelen mocht schrijven voor de encyclopedie, zouden veel internetters Wikipedia gebruiken. Door de website interactiever te maken hoopt Britannica het bezoekersaantal te verhogen. Maar Cauz is zich ervan bewust dat op dit moment Wikipedia de dienst uit maakt qua bezoekersaantallen. "We zijn ook geen tabloid. We zijn simpelweg een ander soort dier dat een heel ander soort publiek aantrekt."

Fastfood

Hij stelt dat de kwaliteit van Wikipedia dan ook niet te vergelijken is met zijn eigen online-encyclopedie. "Wikipedia houdt zich bezig met het verspreiden van kennis en sommigen mensen zijn er tevreden mee om het als enige bron te gebruiken. Net zoals dat bepaalde mensen het leuk vinden om elke dag fastfood te eten."

Afgelopen zomer al bracht Britannica de plannen naar buiten voor een site met meer interactieve mogelijkheden. Maar toen werd ook al gezegd dat het allesbehalve op het model van Wikipedia ging lijken.