Buma/Stemra gaat niet het land in om van bedrijven vergoedingen te eisen als ze toestaan dat er iPods worden beluisterd, belooft de rechtenorganisatie tegenover Webwereld.

Deze week werd een kortgedingvonnis gepubliceerd waarin een bedrijf werd veroordeeld tot het betalen van vergoeding aan Buma/Stemra omdat het toestond dat werknemers muziek luisterden op de radio, maar ook op een iPod. Een opmerkelijk of zelfs 'onbegrijpelijk en fout' vonnis, vinden verschillende juristen. Maar volgens Buma is er 'niets nieuws onder zon'.

Bedrijfsbelang centraal

"Waarom is het opmerkelijk? Er is niks opmerkelijks aan. De rechter verwijst zelf naar het arrest van de Hoge Raad. Toen waren er nog geen iPods, maar toen gold het ook al. Ik begrijp de ophef niet helemaal," reageert Cees van Rij, directeur juridische zaken van Buma/Stemra.

"Er werd muziek ten gehore gebracht in de bedrijfsruimte. Daarvoor is toestemming nodig van Buma. Die geeft Buma in ruil voor betaling van een vergoeding. Dit geldt overigens alleen wanneer er een bedrijfsbelang is bij die muziek, en dat was hier duidelijk het geval concludeert de rechter."

Geen iPod-politie

Volgens Van Rij is de hele iPod in het vonnis dan ook een non-issue. "De iPod komt alleen ter sprake om vast te stellen of er sprake is van een bedrijfsbelang. Het gaat niet om de vraag of er sprake is van openbaarmaking, maar of er sprake is van bedrijfsbelang. Er staat nergens dat de werkgever moet betalen vanwege de iPod die er is. En ook niet dat als er alléén een iPod zou zijn geweest er ook betaald zou moeten worden. Dus in mijn ogen is er geen verhaal," concludeert Van Rij stellig.

"Het is business as usual, niks opmerkelijks, er is niks aan de hand. Het is echt niet zo dat er hier nu veertig man worden aangenomen om alle iPods in Nederland aan een heffing te gaan onderwerpen. Ook al lezen anderen daarin wat ze maar willen, ik kan u verzekeren dat het voor Buma géén issue is," bezweert de directeur juridische zaken."

Makkelijke aanname

Toch valt er ook volgens Van Rij ook wel een en ander af te dingen op de formulering van het vonnis. "Je kunt je wel afvragen waarom de rechter die tussenzin met de iPod er zo in heeft gezet. Maar het verandert niets aan de kern van de zaak."

Wat volgens Van Rij eerder kwalificeert als opmerkelijk is dat de rechter puur en alleen uit het feit dat de werkgever muziek toestaat concludeert dat er dus een bedrijfsbelang is. "Je zou kunnen zeggen dat die dat hij dit wel heel makkelijk aanneemt op deze manier. Die stap wordt wel wat makkelijk genomen. Aan de andere kant denk ik dat hij geen ongelijk heeft in dit geval."