Canonical wil flink in zetten op gebruiksvriendelijkheid van de Linuxdistro. Hoewel Shuttleworth tijdens een speech op OSCon al aangaf dat Ubuntu hierop verder moet winnen om te concurreren met Apple en Microsoft, kwam hij indertijd niet met concrete plannen.

Met een blogpost kwam daar woensdag verandering in: Canonical (het commerciële bedrijf achter Ubuntu) gaat geld steken in het aantrekken van professionele ontwerpers en experts op het gebied van gebruikerservaring om de gemeenschap te ondersteunen. Deze gaat Canonical ook gebruiken om andere voor Ubuntu aan belangrijke projecten (zoals de desktopomgevingen GNOME en KDE) te contribueren.

Meer bemoeienis

Bovendien gaat Canonical zich meer bemoeien met de ontwikkeling, door zelf meer mee te schrijven aan de code, op een manier vergelijkbaar bij andere Linux-bedrijven als Red Hat en Novell.

"Ik geloof heilig in de kracht van het proces rond vrije software om schier onvindbare problemen op te lossen, vooral in de long tail", zo schrijft Shuttleworth. "Als we een duidelijke ontwerpethiek neerzetten, een geavanceerde set van Human Interface Guidelines, dan kunnen we de wijsheid van de massa gebruiken om randverschijnselen en problemen over een veel breder portfolio blootleggen dan mogelijk is voor een iemand of een organisatie. Daarom is het zo belangrijk dat de teams voor ontwerp en gebruikservaring van Canonical meedoet in upstream-projecten."

Dat wil niet zeggen dat Shuttleworth niet blij is met de huidige contributors aan deze projecten, zo benadrukt de Canonical topman.

Hoewel Ubuntu onderhand een van de populairste Linux-distributies is, roept Canonical zelf een beeld op nooit veel code te bij te dragen aan de open sourcegemeenschap. Shuttleworth verdedigt het beleid van het bedrijf.

"We hebben altijd veel ingezet op integratie. Onze concurrenten verbasteren dat tot 'een niet contribuerende Canonical', maar om het preciezer te brengen zou ik zeggen dat wij onze contributie afmeten aan de hoeveelheid stabiele code die we upstream krijgen, met het nodige onderhoud aan beveiliging, en beschikbaar komt voor een zo breed mogelijk testpubliek die ermee wegloopt. Dat is volgens mij een enorme contributie", aldus Shuttleworth.