Dat stellen Noor Ferket, director Public Sector Solutions, en Lidwien Meijers, strategisch product manager, in een interview met Webwereld. Centric is de grootste leverancier van applicaties voor de gemeentemarkt. Het bedrijf wil weerwoord geven op forse kritiek in de media op de manier waarop het bedrijf zou omgaan met interoperabiliteit of het Actieplan Nederland Open in Verbinding (NOiV).

Leidende rol

Vooral het onderdeel rond open standaarden is iets waar Centric enthousiast aan meewerkt en zelfs het voortouw in neemt. Dat blijkt volgens Meijers bijvoorbeeld in de totstandkoming van de standaard StUF om basisgegevens uit te wisselen tussen gemeenten. “Wij zijn een van de grondleggers van die standaard.”

“Gemeentes opereren in een keten met andere overheden. Het zou heel apart zijn als je daar geen standaarden voor neerlegt”, vult Ferket aan. Ze ziet Centric dan ook niet als een soort alleenheerser in de markt. “We staan dus ook niet tegenover elkaar, maar opereren in een groter geheel. Als open standaarden kunnen dan zeg ik: doen!”

Complete pakket als oplossing

Minder enthousiast is het bedrijf over de beweging naar open-sourcesoftware. Deze vorm van software-ontwikkeling staat haaks op het zakelijk model van het bedrijf en zou volgens Ferket teveel versnippering geven.

“Onze oplossingen zijn afhankelijk van veel componenten en dat moet allemaal wel goed samenwerken”, betoogt Meijers. Zij wijst erop dat de componenten van de complete set van hardware, besturingssysteem, database, enzovoorts goed op elkaar zijn afgestemd. Wie probeert deze lagen uit elkaar te trekken, zal dan snel allerlei nieuwe problemen tegenkomen. Zo hebben veranderingen grote impact op scholing, op besteding van het ontwikkelbudget voor de producten en op ondersteuning. “Als je bijvoorbeeld database-onafhankelijk wil zijn dan kom je met allerlei performance-problemen in aanraking.”

Meijers ontkent dat dit leidt tot een te grote afhankelijkheid van een enkele leverancier. “Migreren is altijd mogelijk, want naar buiten toe ondersteunen we zoveel mogelijk open standaarden”, betoogt ze dan ook. “Het gaat er hier om dat we de hele oplossing willen ondersteunen. We willen zelf de machines hebben, zodat we iedere oplossing ook testen en kennen.”

Stevige kritiek

De dames vertellen wel te begrijpen dat er stevige kritiek op Centric wordt geuit. "We zitten met een heel diverse markt", argumenteert Ferket. Sommige gemeenten hebben grote haast om te moderniseren, terwijl anderen moeite hebben de status quo te handhaven. "Wij moeten dus software maken die voor al die gemeenten werkt. Het moet ook werken voor de langzaamste gemeente."

Dat eerder de gemeente Ede aan de slag had gewild met Linux op een Itanium-processor wil het bedrijf niet frustreren. “Maar we moeten wel vertrouwen hebben dat het werkt en dat moeten we testen”, vertelt Meijers. “Dat hadden we in dit geval nog niet gedaan. We zijn nog steeds van plan dat wel te doen en dit te gaan aanbieden.”

'Lastige markt'

Ook meent Centric dat de markt een lastige is. “Wij worden ook geleefd door de leveranciers”, vertelt Meijers. Voor het realiseren van vrijgave liggen er ook afhankelijkheden met bijvoorbeeld de leverancier van databases en besturingssystemen.

Ook benadrukt ze dat de gemeentemarkt met 441 gemeenten klein is. Bovendien wordt die door de fusies van gemeenten ook steeds kleiner. “Oh, en dan komen er ook nog steeds meer spelers.” De krimpende gemeentemarkt kampt met een toenemend aantal leveranciers, luidt de conclusie van Centric.

Anders werken

Als het plan van staatssecretaris Heemskerk een succes wil worden, moet er volgens Centric wel anders naar de problematiek worden gekeken. “Er moet meer aandacht voor kwaliteit zijn”, verzucht Meijers.

“Er zouden geen bilateraaltjes meer mogen zijn tussen leveranciers voor het oplossen van problemen. Wij zijn dan ook erg voor het certificeren van software. Dan bepaalt een onafhankelijke partij de juiste en goede werking van de software.”