Volgens de BBC is het de eerste keer dat er een hard bewijs is dat een overheid zich schuldig maakt aan cyberaanvallen op websites. Peking zou zich bedienen van methoden die onder hackers veelvuldig worden gebruikt: het platleggen van een server door deze te bombarderen met grote hoeveelheden data. Diverse vanuit de Verenigde Staten en Canada opererende sites die de Falun Gong-beweging steunen, zouden het slachtoffer zijn geworden van deze tactiek. De sporen gaan terug tot een technologisch instituut dat direct wordt ondersteund door de Chinese regering. De Chinese overheid is al langer bezorgd over de impact van internet. Het liefst zou de regering een Chinese muur opwerpen waarbinnen alleen haar welgevallig zijnde sites en propaganda toegankelijk zijn voor haar onderdanen (zie nieuws van 4 december 1998). Maar zo eenvoudig is dat natuurlijk niet. Vandaar de verschuiving in tactiek. De Chinezen zijn in de tegenaanval gegaan nadat de afgelopen jaren diverse propaganda-sites zijn gehackt en vervangen door bijvoorbeeld een link naar Amnesty International of een andere mensenrechtenorganisatie. De Indonesische overheid werd al eerder beschuldigd van een zelfde soort gedrag toen een site over Oost-Timor werd platgelegd, maar harde bewijzen ontbraken toen.