Dat zei de hoogleraar informatica Andrew Appel van Princeton University dinsdag in zijn getuigenverklaring in de rechtszaak die negen Amerikaanse staten voeren tegen Microsoft, zo meldt The Wall Street Journal. Appel heeft, bijgestaan door twee assistenten, in opdracht van de negen staten de strikt geheim gehouden code van Windows onderzocht. Hij concludeert dat er geen grond is voor Microsofts claim dat Windows niet meer werkt als de code opgesplitst wordt. Microsoft heeft zich altijd van dit argument bediend om zich te verdedigen tegen bijvoorbeeld het loskoppelen van Internet Explorer en Windows. Een dergelijke loskoppeling zou technisch niet mogelijk zijn. De verdediging van Microsoft reageerde dan ook fel op Appels bevinding dat van deze technische onmogelijkheid geen sprake is. De advocaat van het softwareconcern vroeg zich af hoe Appel dat kon weten, aangezien hij slechts een fractie van de 38 miljoen regels Windows-code heeft onderzocht. Volgens Appel vormt het deel van de code met de vermeende noodzakelijke koppelingen slechts tussen de 1,2 en 1,7 procent van de totale code. De gehele code onderzoeken was volgens de hoogleraar onmogelijk, omdat deze hem pas in februari ter beschikking werd gesteld. De negen staten begonnen de zaak omdat het schikkingsvoorstel dat Microsoft in de grote antitrustzaak tegen het concern overeenkwam met het Amerikaanse ministerie van Justitie hen niet ver genoeg gaat. Negen andere staten stemden wel in met het schikkingsvoorstel.