In mei 2004 traden Malta, Letland, Cyprus, Estland, Litouwen, Slovenië, Slowakije, Hongarije, Tsjechië en Polen toe tot de Europese Unie. Sindsdien is de handel met deze landen flink gegroeid, zo blijkt uit maandag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vooral Tsjechië, Hongarije en Polen doen goede zaken met Nederland – en vice versa - op het gebied van computers en microprocessors. Bijna 20 procent van invoer vanuit de nieuwe EU-landen heeft betrekking op computers. Dit is een flinke stijging vergeleken met 2003 (15,7 procent). Niet alleen qua import doen de lagelonenlanden goede zaken met Nederland. Ook exporteert Nederland veel microprocessors naar de nieuwe EU-landen. De export hiervan is tussen 2003 en 2004 zelfs meer dan verdubbeld tot 15 procent. De forse groei in de handel tussen Nederland en de nieuwe EU-lidstaten valt volgens het CBS grotendeels te verklaren door de drang van bijvoorbeeld pc-fabrikanten om steeds goedkoper te produceren.

Tussenstop

Nederland wordt hierbij gebruikt als tussenstop. Processors arriveren in Nederland per boot of vliegtuig en worden vervolgens verscheept naar landen als Tsjechië en Hongarije. In deze lagelonenlanden worden de computers vervolgens geassembleerd en terugverscheept naar `onze' Lage Landen. "Nederland is een belangrijke schakel, mede door de haven van Rotterdam en Schiphol", constateert Michiel Vergeer, onderzoeker bij het CBS.