Computerfabrikanten hebben twee mogelijkheden om de stijgende prijzen van componenten op de consument af te handelen: de prijs verhogen van het eindproduct of de computer minder waar voor zijn geld te laten bieden. De eerste tactiek wordt gevolgd door onder meer Apple en Sony. De andere kent in Hewlett-Packard, Dell en Compaq aanhangers, zo schrijft USA Today. Apple verhoogde vorige maand de prijs van zijn iMac. Kort daarna was het Sony dat de prijzen van enkele van zijn notebooks met maximaal 200 dollar liet stijgen. De meeste Compaq Presario-modellen zijn in vergelijking met januari niet duurder geworden, maar hebben volgens USA Today wel minder geheugen gekregen. Dit alles is het gevolg van de stijgende prijzen voor met name platte beeldschermen (gebruikt in bijvoorbeeld de iMac en in notebooks) en geheugen. Dit jaar stegen de prijzen van geheugenchips gemiddeld al met 25 procent. Daarbij komt nog dat computerfabrikanten angstig lijken om een prijzenoorlog te beginnen om zo marktaandeel te veroveren. De pc-markt is slecht en zal naar verwachting dit jaar nauwelijks groeien. Fabrikanten hebben hier last van en zien hun winsten verdampen. Een prijzenslag is dan het laatste waar ze op wachten.