Helemaal nieuw is het idee dat computerspelletjes leiden tot gewelddadig gedrag niet. Meestal wordt echter aangenomen dat de gewelddadige inhoud van de spelletjes agressief gedrag tot gevolg hebben. Volgens professor Ryuta Kawashima van de Tohoku Universiteit in Japan heeft een andere verklaring, zo schrijft The Observer. Het gaat volgens hem niet om de inhoud van de spelletjes, maar om wat de games met de hersenen doen. En dat is niet best. Gebruikmakend van moderne technieken waarmee de hersenactiviteiten van Nintendo-spelletjes spelende tieners werd vergeleken met die van andere tieners, is de professor tot de conclusie gekomen dat computerspellen alleen die delen van de hersenen stimuleren die te maken hebben met zicht en beweging. Dit in tegenstelling tot wiskundige activiteiten, waarbij de hersengedeeltes worden gestimuleerd die worden geassocieerd met leren, geheugen en emoties. Dit gedeelte – dat tot omstreeks het twintigste levensjaar in ontwikkeling is – speelt tevens een belangrijke rol bij het gedrag van mensen. Kleine kinderen zouden bepaalde dingen doen die eigenlijk niet mogen, omdat dit gedeelte (de voorste hersenlob) nog niet goed is ontwikkeld. Bij frequente gamers zou hetzelfde het geval zijn. Volgens Kawashima kan dit leiden tot agressief en onaangepast gedrag. "Er is een probleem met een nieuwe generatie kinderen – diegenen die computergames spelen – waar we nog niet eerder mee te maken hebben gehad", zo zegt Kawashima tegenover The Observer. "De gevolgen – een toenemend agressieve maatschappij - zijn zeer ernstig. Deze studenten zullen in toenemende mate slechte dingen doen als ze maar spelletjes blijven spelen in plaats van andere dingen zoals hardop lezen en wiskunde."