Het gaat om de Consumers for Computing Choice (CCC) en de Open Platform Working Group. De twee groepen hebben een motie ingediend, waarin ze betogen dat de door de rechter geaccepteerde schikking de belangen van consumenten en software-ontwikkelaars schaadt. Rechter Colleen Kollar-Kotelly bepaalde begin november dat de schikking die Microsoft met de Amerikaanse federale overheid en negen staten had getroffen, afdoende was om de softwarereus te straffen voor het misbruik van zijn monopoliepositie. De overeenkomst moet met name pc-fabrikanten een sterkere positie geven tegenover Microsoft. Het softwareconcern mag computermakers die software van concurrenten, (bijvoorbeeld browsers of instant messaging-programma's) willen leveren op hun pc's niet meer 'straffen'. Ook moeten de 'interfaces', de data waarmee ontwikkelaars Windows-compatibele code schrijven, voor browsers, e-mailprogramma's, im-software en mediaspelers openbaar worden gemaakt.

Tolweg

Volgens CCC gaat de schikking echter lang niet ver genoeg. De broncode van Microsoft zou nog verder opengesteld moeten worden, als het aan de CCC ligt. "Microsoft heeft een tolpoortje op de informatiesnelweg en wij willen dat het een openbare weg wordt", vat James Turner van CCC de problemen samen. "We vinden het prima als Microsoft voertuigen op de weg zet, maar het bevalt ons allerminst dat de enige voertuigen die op de tolweg mogen, afkomstig moeten zijn van Microsoft." Behalve de consumentenorganisaties hebben ook twee staten, Massachusetts en West Virginia, hoger beroep aangetekend tegen de beslissing van Kollar-Kotelly.