Voorzitter Jacco Brand van de BSA Nederland (Business Software Alliance) stipt dit probleem met softwarelicenties aan. Netjes overgenomen programmatuur, bijvoorbeeld op computers uit de boedel van een failliet bedrijf, kan toch illegaal zijn. De licenties voor software staan normaliter namelijk op naam van een bedrijf of organisatie. Doorverkoop mag dan meestal niet. "Dat verschilt per product en per leverancier", nuanceert Brand.

Behalve oem

Bedrijfscomputers mogen dus eigenlijk alleen 'kaal' worden doorverkocht. "Daar lijkt het wel op, ja", reageert ict-jurist Arnoud Engelfriet op vragen van Webwereld. Hij legt uit dat software alleen legitiem gekocht kan worden uit een faillissement als de koper het hele bedrijf overneemt. Dat verkrijgt de koper namelijk alle rechten, inclusief softwarelicenties, van de failliete onderneming. "Als je alleen inboedel koopt, dan dus niet."

"Voor oem-software ligt dat anders, daar is de software 'gebonden' aan de hardware", vertelt BSA-voorzitter Brand aan Webwereld. Hij schat dat zo'n 90 procent van de licenties voor software niet overdraagbaar is. Bedrijven die software kopen bij bijvoorbeeld een curator schenden daarmee de licentievoorwaarden. Netjes aangeschafte software is dus niet legaal. Curatoren maken zich strikt gesproken schuldig aan heling.

'Wel naar licenties kijken'

Brand tilt daar op zich niet zo zwaar aan. Hij meent dat de meeste curatoren hier helemaal niet van op de hoogte zijn. En mochten zij hier toch weet van hebben, dan is het nog de vraag of er iets mee gedaan wordt. "Ik kan het wel begrijpen; het belang van een curator is zoveel mogelijk redden uit de boedel." Dit om schuldeisers van het failliete bedrijf te kunnen betalen. Daarbij speelt ook de factor tijd een rol; de waarde moet zo snel mogelijk gerealiseerd worden.

Advocaat Erik Bink van Wieringa Advocaten spreekt dit tegen. Hij vertelt aan Webwereld dat "er in de regel wel naar licenties wordt gekeken". Hij stelt dat curatoren daarvoor externe deskundigen inhuren. "In principe worden computers 'schoon' verkocht", zegt hij. Andere door Webwereld benaderde curatoren hebben nog niet gereageerd op deze kwestie.

Opschonen kost geld

De voorzitter van de BSA Nederland: "Normaal is een pc zo'n 100 euro waard, met software is dat zo'n 200 euro". Hij vertelt verder dat het volledig schoonmaken van een pc, om die dan zonder software te verkopen, juist geld kost. En bovendien dus de waarde van een pc vermindert. Het selectief deïnstalleren van software zou waarschijnlijk nog veel meer kosten. Dit alles is tegenstrijdig met het werk dat een curator moet verrichten, zegt de BSA-voorzitter.

Hij stelt nog wel gerust dat de BSA niet van zins is curatoren, veilingen of andere verkoopkanalen voor 'tweedehands ict' aan te pakken. De antipiraterij-organisatie gaat ook niet de kopers van deze vorm van illegale software actief opsporen.

Toch is er gevaar voor bedrijven die hardware met software, of alleen software, langs deze weg aanschaffen. Zij kunnen in theorie wel het schip in gaan; bij een audit of inval om vermeend illegaal softwaregebruik. Bij zo'n keuring kan er dan ineens illegaal gebruik, of veel meer illegaal gebruik, ontdekt worden.

'Veel om te doen'

Advocaat Jeroen Koëter van advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek is wel bekend met softwarelicenties. "Daar is veel om te doen; het is een complexe materie." Hij verwijst naar het Nebula-arrest uit 2006 van de Hoge Raad, over 'wanpresteren' door curatoren. Dat arrest heeft betrekking op verplichtingen van failliete bedrijven en in hoeverre curatoren daaraan gebonden zijn. Indien zij zich niet aan die verplichtingen houden, levert het failliete bedrijf - middels de curator die dan de zaak bestiert - dus een wanprestatie.

"Dat ging om huurcontracten", vertelt Koëter, maar het kan volgens hem van toepassing zijn op softwarelicenties. "Het gaat om het verschaffen van een bepaald recht. Dus mogelijk ook of je na aanschaf van software daar ineens opnieuw voor zou moeten betalen." Hij stelt echter dat het niet duidelijk is of Nebula echt geldig is voor softwarelicenties.