Lamo bekende in 2002 te hebben ingebroken in het netwerk van The New York Times, schrijft CNet. De 22-jarige hacker gaf toe tussen februari en april 2002 toegang te hebben gehad tot het interne netwerk van de krant. Daarbij had hij inzage in persoonsgegevens van medewerkers. De schade bij The New York Times wordt geraamd op vijfduizend dollar. De bekentenis komt niet als een verrassing. Eerder deze week ging hij al akkoord met een zogeheten plea bargain. Daarbij koopt een verdachte een rechtszaak af door een (gedeeltelijke) bekentenis af te leggen. De dakloze hacker, die zijn bijnaam te danken heeft aan zijn `nomadenbestaan', wordt ervan verdacht verantwoordelijk te zijn voor diverse geruchtmakende crackacties. Zijn laatste inbraak was bij The New York Times. In september 2003 gaf Lamo zichzelf aan bij de Amerikaanse federale recherche. Hij werd op borgtocht vrijgelaten op voorwaarde dat hij weer bij zijn ouders ging wonen, zodat de FBI hem zou kunnen vinden. Op 8 april wordt nog een laatste zitting gehouden waarna de rechter het oordeel zal uitspreken.