De studie werd gepresenteerd tijdens het Green Enterprise Computing Symposium, dat afgelopen week in Orlando (Florida) plaatsvond. In het rapport, opgesteld in samenwerking met het Uptime Institute, wordt vooral ingegaan op energie- en kostenbesparende maatregelen in datacenters. Tussen 2000 en 2006 verdubbelde het energieverbruik in datacenters en de komende jaren moeten we rekening houden met een viervoudige groei. Huidige maatregelen om energieverbruik te verminderen zijn volgens het rapport niet genoeg.

Bij het ontwerp van datacenters komt energieverbruik vaak op de tweede plaats, schrijft William Forest, hoofdauteur van het rapport. Koeling en de flexibiliteit om het datacenter uit te breiden staan vaak hoger op het prioriteitenlijstje. Forest berekende op basis van cijfers van het Uptime Institute dat gemiddeld slechts zes procent van de capaciteit van een server in een datacenter wordt gebruikt. Ongeveer dertig procent van de servers is 'dood': het gebruik komt nooit boven de 3 procent van de beschikbare capaciteit. Als datacenters hotels zouden zijn, zouden ze al lang failliet zijn gegaan.

Winterkoeling

Een van de oorzaken van het inefficiënte gebruik ligt volgens het rapport aan de kloof tussen enerzijds de CIO die de technische eisen bepaald en anderzijds de CFO die de energierekening betaalt. Bedrijven zouden een 'energie-tsaar' moeten aanstellen die aan de CIO rapporteert en de efficiency van het datacenter probeert te maximaliseren. Het rapport geeft ook concrete aanbevelingen: zo zou de inrichting van een datacenter beter moeten worden afgestemd aan de behoefte aan koeling. Bij de plaatsing van servers moet rekening worden gehouden met efficiency, in plaats van het domweg verkopen van zoveel mogelijk serverracks aan klanten.

Bij de bouw van nieuwe datacenters moet de ontwerper al rekening houden met lokale omstandigheden. Zo kan in veel gebieden de buitenlucht dienstdoen als koeling tijdens de koude wintermaanden. Is die koele lucht niet voorhanden, dan moet er voorkeur worden gegeven aan waterkoeling in plaats van luchtkoeling. Bedrijven zouden een Corporate Average Data Efficiency (CADE)-meting moeten uitvoeren om de efficiëncy van datacenters te kunnen vergelijken. Met een dergelijk energielabel kunnen bedrijven naar buiten communiceren hoe ze met energie omgaan.

Online benchmark

Tijdens het Green Enterprise Computing Symposium leverde IBM meteen een mogelijke oplossing aan, met nieuwe software om het energieverbruik in datacenters te kunnen meten. Daarnaast breiden ze hun programma voor energiecertificaten uit en komt er een energiebenchmark om het effect van de groene inspanningen te meten. Sinds de lancering van Project Big Green in mei 2007 heeft IBM meer dan 2.000 klanten geholpen met initiatieven die de kosten en de milieu-impact van datacenters moeten verlagen. De nieuwe software Active Energy Manager meet het energiegebruik in datacenters en stelt IT-managers in staat om het energieverbruik voor servers, opslag en netwerken in de gaten te houden. Ze kunnen ook een maximum stellen aan het energieverbruik van bepaalde componenten. Met een online benchmarktool, ontwikkeld door The Bathwick Group, kunnen klanten kijken hoe ze ten opzichte van andere organisaties presteren.

IBM is ook aanvoerder van een alliantie die ijvert voor standaardisatie en verbeterde interoperabiliteit in datacenters. Samen met bedrijven als Brocade, Citrix, Novell, Sun en VMware wil IBM een leidraad maken voor klanten, waarbij open standaarden en interfaces voorop staan. Eerder leidde IBM al samen met VERITAS de Utility Computing Working Group. Deze groep had eveneens als doel het beheer van datacenters te standaardiseren. Het zal echter moeilijk zijn om fabrikanten daadwerkelijk mee te krijgen, schrijft InternetNews. Zolang fabrikanten kunnen verdienen aan het verkopen van eigen oplossingen, zullen ze voornamelijk geïnteresseerd zijn in hun eigen standaard.