Die conclusie trekt Thomas Pabst, de samensteller van de Tom's Hardware Guide, een gezaghebbende website over computerhardware. Pabst heeft de nieuwste versie van de Celeron (codenaam Mendocino) onder handen genomen om aanwijzingen te controleren dat Intel het opvoeren van de snelheid van zijn Pentium-chips wil tegengaan.

Intel introduceerde de Celeron eerder dit jaar als alternatief voor de Pentium II. Het gaat om een uitgeklede versie van de krachtige processor: het verminderde rekenvermogen is vooral te wijten aan het ontbreken van een Level 2-cache in de Celeron. Toen de belangstelling voor de Celeron bleek tegen te vallen heeft Intel besloten om de Mendocino op de markt te brengen – een snellere versie van de Celeron mét een L2-cache (hoewel deze kleiner is dan de interne cache van de 'volle' Pentium II).

Lieten computerfabrikanten de Celeron links liggen, computerhobbyisten zagen wel brood in de nieuwe, goedkopere chip: de processor bleek goed op te voeren (een proces waarbij een chip onder meer wordt voorzien van een grotere koeling zodat hij sneller kan opereren). Een 266 MHz Celeron is zonder al te grote problemen op te krikken tot 415 MHz en zelfs hoger.

Met de introductie van de Mendocino leek er aan deze praktijk een einde te komen.

Volgens Pabst valt de schade mee. In de Tom's Hardware Guide beschrijft hij hoe hij de kloksnelheid van een 333 MHz Celeron heeft weten te verhogen naar 450 MHz. Daarbij versloeg de 'home-made' Celeron zelfs de onlangs aangekondigde 450 MHz Pentium II van Intel.

Pabst merkt op dat Intel het de 'overclockers' wel steeds moeilijker probeert te maken. Zo zijn voor het opvoeren van de Celeron en de Mendocino wel specifieke multipliers, zodat de hobbyisten niet het onderste uit de kan kunnen halen. Hij verwacht dezelfde problemen bij de Celeron 300A en 300, die Intel onlangs heeft gepresenteerd (lees Herstart voor de Celeron).

Overigens werkt ook Advanced Micro Devices volgens deskundigen aan technologie om 'overclocking' te voorkomen. De chipfabrikant voert hiervoor, net als Intel, verschillende redenen aan. Zo wijzen ze op schade die kan ontstaan aan een computer als het opvoeren niet op de juiste manier wordt uitgevoerd – hoewel iedere chip een ruime veiligheidsmarge van 10 tot 20 procent heeft waarbinnen de snelheidsjagers hun gang kunnen gaan. De fabrikanten willen vooral voorkomen dat bonafide handelaren een langzamere chip via overclocken als een snellere versie op de markt brengen.

Van Carl Weissensee kregen we enkele aanvullingen, die voor de geïnteresseerde lezers wellicht van belang zijn:

De 128 KB cache van de Mendicino (Celeron 300A/333A) is wel kleiner, maar ook veel sneller dan de Pentium II, want i.p.v. op halve processorsnelheid draait deze op de volledige processorsnelheid. Cache geheugen is de kritieke factor in het volledig benutten van de

capaciteit (lees: snelheid) van een processor.

De Mendocino is multiplier locked en is dit al vanaf het de eerste uitfgifte (dus niets nieuws), kan dus alleen met bijvoorbeeld 4.5x werken (geldt voor 300 en 300A). 4.5 x 100 = 450 Mhz. Soms lukt 103 x 4.5 of 112 x 4.5 ook nog. De 300 zonder cache is sterk af te raden, nu

de 300A beschikbaar is.

De 333 kan *vrijwel nooit* op 450 Mhz draaien (tenzij het pre-release exemplaren betreft), aangezien de multiplier 5x is vastgesteld. Theoretisch mogelijk zijn: 75 x 5 = 375, 83.3 x 5 = 416,5 of 100 x 5 = 500 Mhz. Dit laatste (500 Mhz) zullen maar weinig exemplaren halen, dus

de 333A is *erg* ongeschikt voor overklokken.

Intel heeft de multipliers nu ook gelocked voor normale Pentium II's (voorheen alleen 350 en hoger, nu dus ook 333 en lager). Naar schatting geldt dat voor alle processoren die na circa 19 augustus zijn gemaakt (zie de Intel doos). Met een moederbord als de Abit BH6 kunnen multipliers op sommige Pentium II 100 Mhz processoren worden vrijgemaakt.