Vanuit haar ooghoeken zag hoofdinspecteur Virginia Rodriguez van de Amerikaanse douane hoe haar collega Ray Arzola met zijn vuist op de palm van zijn hand sloeg. Het teken voor een 'hit'. Volledig afgaande op haar intuïtie, die wellicht wat was versterkt door tien jaar ervaring, had ze het identiteitsbewijs van Roger Dale Lawter, een op het oog onschuldige buspassagier die van Texas naar Mexico wilde reizen, laten controleren door het National Crime Information Center (NCIC) van de FBI, de Amerikaanse federale politie. De man die de beide douaniers op deze manier in de kraag vatten, bleek de 34-jarige Noel Johnson te zijn. Deze ontevreden geldtransportbewaker had de grootste slag uit de Amerikaanse criminele geschiedenis geslagen: hij ging er vandoor met een bedrag van 18 miljoen dollar in kleine coupures. Met dit staaltje kwam hij binnen met stip in de FBI-top tien van de meest gezochte personen van de Verenigde Staten. "Ik moet de eer voor deze arrestatie geheel op conto van de computer schrijven', zegt hoofdinspecteur Rodriguez. Zij tekent daarbij aan dat Johnson er heel anders uitzag dan op de poster met foto's van gezochte personen. "Zelfs als ik de poster bij de hand had gehad, had ik hem niet herkend. Nee, het was helemaal het werk van het NCIC." Ondanks haar lof voor de rol van het NCIC in deze zaak, vindt Rodriguez het opsporen van verdachten met behulp van deze computer-database de gewoonste zaak van de wereld. Het is een opvatting die bij de meerderheid van de Amerikaanse wetshandhavers leeft. NCIC is simpelweg een gereedschap waarmee ze dagelijks werken. "We gebruiken het gewoon", zegt rechercheur Wayne Lipsey, een veteraan met 26 dienstjaren bij de politie van Chicago. "Het aantal zaken dat ermee is opgelost of is bekort of waardoor wij zaken konden oplossen…ach, ik kan niet eens het begin van een opsomming geven. Het is ongelooflijk. Het is ook zo noodzakelijk." Het NCIC dat in januari 1967 on line ging, had vijf categorieën -gezochte personen, gestolen voertuigen, gestolen voorwerpen, gestolen of gevonden vuurwapens en gestolen kentekenplaten- en draaide op twee IBM 360-mainframes. In dat eerste jaar ontving het NCIC 2 miljoen onderzoeksaanvragen. Dat aantal wordt nu per dag verwerkt. De database van 17 categorieën telt meer dan tien miljoen individuele bestanden en 27 miljoen criminele geschiedenissen in de 'Interstate Identification Index'. Het systeem wordt gebruikt door meer dan 82.000 politie- en justitiediensten. Ondanks z'n gevorderde leeftijd is het NCIC snel. Het verwerkt gemiddeld 20 onderzoeken per seconde, maar het kan er 35 aan. Een gemiddeld onderzoek wordt verwerkt in 0,006 seconde. Een routine-onderzoek verloopt als volgt: een politie-agent in een auto of op het bureau typt een onderzoekverzoek in, bijvoorbeeld het kenteken van een auto. Het verzoek gaat na controle op het kentekenbureau van de desbetreffende staat via het speciale Federale Telecommunicatie Systeem naar het NCIC. Binnen twee seconden ziet de politiebeambte of er een bestand is en zo ja, welke informatie daarbij hoort. Een FBI-onderzoek uit 1992 toonde aan dat met behulp van het NCIC 81.750 gezochte personen werden opgespoord, 113.293 mensen werden gearresteerd, 39.268 vermiste jongeren en 8.549 vermiste volwassenen werden opgespoord en 110.681 gestolen auto's met een totale waarde van 570 miljoen dollar werden teruggevonden. Nog onlangs kwam het NCIC in het nieuws toen bleek dat het systeem verantwoordelijk was voor de herkenning van Timothy McVeigh, de hoofddader van de bomaanslag op het federale gebouw in Oklahoma, waarbij 168 mensen de dood vonden. "We doen een gigantische hoeveelheid werk op een relatief kleine machine", zegt Bruce Brotman, de speciale FBI-medewerker die de leiding heeft van het NCIC. "De enige reden waarom wij dat kunnen doen is de ongelooflijke efficiëntie van de software." Desondanks bouwt de FBI aan een nieuwe configuratie. Onder de naam NCIC 2000 wordt alle soft- en hardware vervangen en uitgebreid met nieuwe snufjes. In juli van het volgend jaar moet het nieuwe systeem operationeel zijn. Het zal veel krachtiger zijn met een piekbelasting van 78 transacties per seconde met een gemiddelde van 2,8 miljoen onderzoeken per dag. In 2010 moet dat zijn opgelopen tot 133 per seconde of 4,8 miljoen per dag. Bewerking: Huib Zegers