Nathaniel Borenstein stond aan de wieg van het internet. Dankzij het door hem ontwikkelde MIME-protocol kunnen we nu praktisch alles uitwisselen via e-mail. Borenstein maakt zich zorgen over de schaduwzijde van wat hij heeft helpen bouwen. Tegelijkertijd is hij hoopvol over de toekomst van het internet, mits we nú in actie komen. We stelden 7 vragen aan Borenstein.

Waarom bent u bezorgd over de toekomst van het internet?

"De evolutie van het internet gaat de verkeerde kant op. Toen het internet in 1994 nog in de kinderschoenen stond, was ieder protocol en iedere applicatie gebaseerd op open standaarden. Iedereen kon het gebruiken en het was interoperabel met alles. Helaas is naarmate internet volwassener werd hier niets meer mee gedaan en bleek dat het web het laatste systeem is dat op deze manier is gebouwd. Inmiddels hebben technologiebedrijven compleet andere doelstellingen. Ze schermen hun dienstverlening vrijwel volledig af, tenzij het in hun eigen belang is om een deel open te stellen."

Waarom zijn open standaarden zo belangrijk?

"Open standaarden stimuleren innovatie en geven de gebruiker meer keuze. Innovatie is vaak het gevolg van concurrentie. Als Facebook gebaseerd was op een open standaard, konden andere bedrijven daarmee veel eenvoudiger een concurrerende dienst ontwikkelen. Facebook is gratis en verdient geld met advertenties. In een wereld waarin open standaarden de norm zijn, zou er bijvoorbeeld een betaalde variant kunnen komen die gebruikers meer controle geeft over hun gegevens. Of een variant met een andere gebruikersinterface en functionaliteit die ontbreekt in Facebook."

"Eigenlijk zou elke dienst moeten werken via een application programming interface (API) waarmee consumenten binnen de applicatie over kunnen stappen op een andere dienst. Op het moment dat een concurrerend bedrijf een betere dienst levert, moet je als gebruiker snel en eenvoudig kunnen switchen. Open standaarden zijn hiervoor cruciaal."

Zijn gesloten systemen dan per definitie slecht?

"Nee, dat verschilt. Videoconferencingsystemen zoals Zoom en Skype zijn ook gesloten. Dat is ook niet goed, omdat deze oplossingen niet met elkaar kunnen praten. Maar er is tenminste onderlinge concurrentie. Bedrijven zoals Facebook en Amazon zijn monopolisten geworden. Ze worden veelal gedreven door zakelijke en financiële doelstellingen. Facebook is in de basis een geweldig platform, maar door het gebrek aan sterke concurrentie is er geen prikkel om te innoveren en de gebruiker voorop te stellen. Deze 'winner takes it all'-game is dus niet in het belang van de gebruikers."

Wat vindt u van het idee om een Europees platform te ontwikkelen dat privacy- en gebruikersvriendelijker is dan Facebook?

"Ik draag dergelijke initiatieven een warm hart toe, maar ik vrees dat ze niet erg succesvol worden. Facebook heeft een enorme schaalgrootte waar niemand tegenop kan boksen. Daarnaast zal de druk van gebruikers nauwelijks aanwezig zijn. Zij snappen de gevaren van Facebook nu eenmaal niet en laten zich geen mening opdringen door een stelletje hackers en techneuten. Zelfs de grote schandalen rondom Facebook in het afgelopen jaar hebben niet tot een massale exodus van gebruikers geleid."

"Bovendien kunnen overheden gebruikers niet verplichten om over te stappen naar een ander platform - en dat lijkt me ook niet wenselijk. Zo'n overstap heeft ook nadelen voor gebruikers, want zij zijn dan alle informatie kwijt die ze op Facebook hebben geplaatst. Facebook is namelijk de eigenaar van die gegevens. De drempel om vrijuit te switchen is mede hierdoor te hoog."

Hoe doorbreken we de status quo?

"De realiteit is dat dit probleem niet zichzelf oplost. Vanuit Facebook zelf hoeven we bijvoorbeeld geen ingrijpende verbeteringen te verwachten. Mark Zuckerberg is multimiljardair geworden door weinig opties te bieden aan consumenten. Was alles op open standaarden gericht, dan was hij slechts multimiljonair geworden. Dat is ook het verschil met het open internet: in 1994 was er geen geld mee te verdienen, dus had niemand er belang bij om met gesloten systemen te werken."

"Ik zie maar één oplossing: dwang door de overheid. Er moeten meer regels komen om monopolies als deze te reguleren. Ik heb mijn hoop gevestigd op de Europese Unie, die naar mijn mening de juiste koers hanteert. Kijk bijvoorbeeld naar de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de nieuwe Europese privacywet die de privacyrechten van EU-burgers uitbreidt. Ook Amerikaanse bedrijven moeten aan de AVG voldoen. Zo heeft de EU-wetgeving een positieve impact op de rest van de wereld."

Welke maatregelen moet de EU nemen?

"Allereerst wil ik graag het onderscheid maken tussen nieuwe en bestaande diensten. Bij nieuwe diensten is het veel makkelijker om het gebruik van open standaarden af te dwingen. Bij bestaande diensten ligt dat ingewikkelder. Ik denk dat boetes hiervoor een belangrijk instrument zijn. Ieder bedrijf heeft zijn prijs. Een multinational als Facebook verdient miljarden en zal niet onder de indruk zijn van een boete van een paar miljoen. Maar als je er een paar nullen achter zet, verandert dat de zaak."

"Als ik de baas van de EU was, zou ik een onafhankelijk panel samenstellen met financiële en technische experts. Hoe diverser, hoe beter. Dit panel moet een traject uitstippelen voor de grote technologiebedrijven. Denk aan de verplichting om binnen twee jaar een alternatieve server aan te bieden die ze niet zelf beheren. Of de eis dat het over drie jaar technisch mogelijk moet zijn om software te ontwikkelen waarmee je bijvoorbeeld op Facebook kunt browsen. Dat kan alleen als Facebook zijn interface openstelt. Het panel van experts moet dan ook de boetes bepalen voor het niet nakomen van de verplichtingen."

Zijn we er nog op tijd bij?

"Jazeker, maar dan moeten we nu wel in actie komen. Ik ben ervan overtuigd dat we met open standaarden het maximale uit het internet kunnen halen. Voor de goede orde: het is absoluut niet mijn bedoeling om bedrijven als Facebook kapot te maken. Wel vind ik dat bedrijven die zoveel winst maken een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben om het internet open te houden, zelfs als dat ten koste gaat van hun eigen marktaandeel. Er moet een nieuw evenwicht ontstaan."

"Elke nieuwe technologie heeft ongewenste bijeffecten. Toen ik het MIME-protocol ontwikkelde, wist ik dat cybercriminelen manieren zouden bedenken om er misbruik van te maken. En dat gebeurde ook. Zo beginnen ransomware-infecties vaak met een besmette bijlage. Maar onder de streep denk ik dat de e-mailbijlage de wereld meer goed dan kwaad heeft gedaan. De nadelen kunnen we voor een groot deel ondervangen met bijvoorbeeld e-mailbeveiligingssoftware en awarenesstrainingen. Zo kijk ik ook naar het internet. De kinderziektes moeten eruit. Open standaarden zijn het medicijn."

Nathaniel Borenstein is werkzaam als Chief Scientist bij Mimecast.