Heel even was Google vorige week het duurste mediabedrijf ter wereld. Met een waardering van 80 miljard dollar stevende de zoekmachine, al was het maar heel even, Time Warner voorbij.

Los van de vraag of Google nu een media- of een technologiebedrijf is (de een verdient zijn geld met advertenties en content, de ander met technologie, zoektechnologie in het geval van Google), bewijst het kortstondige record dat beleggers nog altijd makke schapen zijn die elkaar achterna lopen op weg naar het slachtblok.

Ook Microsofts hoogste baas Steve Ballmer zette afgelopen mei, tijdens een bezoek aan de universiteit van Stanford hier in Silicon Valley, zijn vraagtekens bij het succes van Google. De zoekmachine heeft weliswaar een winstgevende business opgebouwd rond zoektechniek, maar verder hebben de oprichters Larry Page en Sergey Brin niets meer bewezen. Gmail, Froogle of Google Maps brengen geen cent op.

"Het heetste bedrijf van dit moment - de onderneming waarvan mensen denken dat zij niets fout kunnen doen - kan even goed een eendagsvlieg zijn," constateerde Ballmer in zijn toespraak voor de studenten van Stanford.

Momentum

Google heeft momentum, zoals dat zo mooi heet. Op weg naar de top kan de onderneming niets verkeerd doen. Voor organisaties met momentum gelden de natuurwetten van de economie niet. Daar gelden de wetten van de Nieuwe Economie. Je moet Worldonline-beleggers voor de grap maar eens vragen wat zij daarvan vinden.

En Google is anders dan alle andere bedrijven, zo dicteert het imago. Bij Google vind je nog bean bags, masseurs, een tandarts en kapper die naar kantoor komen, zodat het personeel ongestoord kan doorwerken. Het zijn zaken waar technologie-startups tijdens de internethype om bekend stonden, maar die sindsdien in de ban zijn gedaan omdat het nodeloze franje is.

Google huurt in de winter nog altijd vrolijk een luxe skioord en gaat met het voltallige personeelsbestand een lang weekend erop uit. 's Avonds dreunt de muziek in de verwarmde tenten van het feest op de parkeerplaats. Dat personeel is bovendien het neusje van de zalm. Pas na maanden van assessments en persoonlijkheidstests kom je er bij Google in.

Topkok

En vergeet vooral niet Charlie Ayers, de chefkok die jarenlang samen met een team van tachtig koks het personeel lekkernijen voorzette. Ayers is geen veredelde cateraar die om tien voor twaalf de kroketten in het vet gooit. Hij zet casserole en krab op het menu.

Dat moet toch 80 miljard dollar waard zijn?

Yahoo kost daarentegen slechts 51 miljard dollar. Terwijl de twee bedrijven ongeveer evenveel geld omzetten (als je corrigeert voor de commissies die zij aan andere sites betalen waarvoor zij advertenties verkopen). En Yahoo heeft volgens velen gezondere fundamenten omdat het ook nog geld verdient met betaalde pakketten voor ondermeer e-mail, online dating en webhosting.

Ik mocht onlangs op bezoek bij Yahoo, dat zijn hoofdkantoor zo'n twintig kilometer ten zuiden van Google heeft. Er staat geen beroemde chefkok achter het fornuis de lunch klaar te maken, maar ook hier struikel je op weg naar het volleybalveldje over de roeimachines in de sportschool, staat er bij de receptie een container waar je je stomerijgoed afgeeft en komt de tandarts eens per week langs om je gaatjes te boren.

Maar Google heeft toch zijn geniale zoektechnologie? Helaas. Volgens technologie-analisten doet de zoekmotor van Yahoo al lang niet meer onder voor die van Google. Zelfs MSN heeft tegenwoordig algoritmes die een vergelijking met Google met glans doorstaan.

Toverstaf

En dus praat niemand hier in Silicon Valley over Google alsof het bedrijf een toverstaf heeft waarmee het geniale technologie creëert.

Waarom denken beleggers dat dan wel? De waardering door beleggers is hogere wiskunde. Als investeerders voor een aandeel Google 300 dollar neertellen doen zij dat deels in de verwachting dat Google over een aantal jaar die waardering waarmaakt. Maar een verstandige investeerder houdt er evengoed rekening mee dat Google een eendagsvlieg is. Wie het spelletje goed speelt, ziet precies op tijd dat een succesverhaal omslaat in hype.

Het punt dat de zeepbel voor Google knapt, lijkt nu eindelijk bereikt. Sinds het hoogtepunt van vorige week is Google met dik acht procent onderuit gezakt. De miljarden vliegen er letterlijk van af – de teller staat inmiddels al op bijna 4 miljard dollar lichter.

What goes up, must come down.