Na vijf minuten druipt de helikopter weer af, maar niet veel later komt daar een sportvliegtuigje voor in de plaats. Misschien dat de helikopter toch niet beviel.

Drie dagen voor de golfles beleefde Google zijn langverwachte beursgang, en waren de twee oprichters op slag miljardair. Het was voor Silicon Valley, het wereldwijde technologie-walhalla ten zuiden van San Francisco, een moment om opgelucht adem te halen. Want met de beursgang van Google kon er voor het eerst weer eens ouderwets gecasht worden.

Voor de beursgang werd er al driftig gespeculeerd over de gevolgen voor de lokale economie. Personeelsleden van Google zouden met hun nieuw verworven rijkdom zorgen voor een stijging van de huizenprijzen, zo beloofden makelaars, en ook dreigde er een tijdelijk tekort aan sportauto's. Want naast Brin en Page zouden enkele honderden Google-werknemers onder de miljoenen bedolven worden.

Google is een typisch succesverhaal van de Valley. Na jaren van ploeteren, zestig- tot tachtig-urige werkwerken en niet weten hoe je de volgende maand de huur gaat betalen, wint een piepklein percentage van de startups hier een enorme jackpot.

De noodzaak om jarenlang keihard te werken, zorgt meteen voor een natuurlijke selectie die de ware ondernemers scheidt van de goudzoekers. Wie immers uitsluitend een bedrijf begint omdat hij via een beursgang snel rijk hoopt te worden, houdt het nooit vol om daar jarenlang al zijn energie in te steken - ten minste niet meer sinds het knappen van de internetzeepbel.

Die 'ware ondernemers' vormen, samen met het personeel dat bereid is voor hun startups te werken, een apart slag mensen: idealisten die de wereld willen veranderen en bereid zijn daar offers voor te brengen. Zij vormen op hun beurt het geheim van het succes van deze regio aan de Amerikaanse westkust. En die ligging aan het rand van 'de nieuwe wereld' speelt daar weer een essentiële rol in, verklaarde een investeerder ooit tegen me.

Dat zit zo: onderdrukt en verdreven uit Europa, vonden de immigranten-idealisten ook na aankomst aan de Amerikaanse oostkust geen rust. Dus trokken zij verder naar het westen, tot ze bij San Francisco uitkwamen en niet meer verder konden. "Dit is een dumpplaats voor idealisten," vertelde de venture capitalist. "En idealisten trekken nu eenmaal andere idealisten aan."

Silicon Valley biedt kortom een thuis voor rare snuiters, waar je mag dromen zonder dat je onmiddellijk terug het maaiveld wordt ingeduwd. Hierheen verhuizen is voor velen dan ook een soort bedevaart met de bijbehorende rituelen.

Wie zijn pelgrimage goed aanpakt, laadt zijn auto vol met zijn meubels en andere bezittingen en rijdt vervolgens in een slakkengang richting de westkust.

Op die mannier trok ook Ann Livermore, inmiddels executive vice president van de Technology Solutions Group van HP, in de zomer van 1980 van de staat North Carolina naar Silicon Valley. Nog maar net aangekomen, reed zij met een vriend die hier al langer woonde over een snelweg. "Zijn die heuvels altijd zo bruin?" vroeg zij wat naïef. Haar vriend corrigeerde haar meteen: "Dat is niet bruin, dat is goud."