Er komt een nieuw grondwettelijk artikel over het briefgeheim (artikel 13) om dit artikel klaar te maken voor de 21ste eeuw. De komende maanden mogen burgers hun visie geven op deze zaak.

Veel van de juridische discussies over deze voorgestelde grondwetswijziging zullen de komende maanden gebaseerd zijn op een drietal veronderstellingen:

1. Er een relatie is tussen wet en grondwet in Nederland

2. De Staat der Nederlanden houdt zich aan aan haar eigen wetten

3. De Nederlandse wet is nog steeds relevant voor dit vraagstuk

Alleen zijn deze veronderstellingen op z´n minst twijfelachtig.

Wetten worden in Nederland niet structureel aan de grondwet getoetst, zoals dat bijvoorbeeld in Duitsland wel gebeurt. Daarnaast heeft het relevante artikel 13 allerlei uitzonderingen ingebouwd: de overheid mag het briefgeheim niet schenden, tenzij er een wettelijke uitzondering is die zegt dat dat wel mag, een rechter er toestemming voor geeft of iemand van een veiligheidsdienst besluit dat het nodig is voor het garanderen van de nationale veiligheid. Spannende vraag is dus hoe de nieuwe versie van deze uitzonderingen er uitziet. Want in de huidige vorm werkt de grondwet dus alleen in het geval van een overheid die oprecht werkt aan het behartigen van de belangen van haar burgers. En in dat geval hebben we de grondwet niet zo hard nodig. Een beetje zoals een regenjas van vloeipapier zeg maar. Of de website crisis.nl.

Maar wellicht krijgen we ooit in Nederland grondwettelijke toetsing van nieuwe wetten en een constitutioneel hof, zoals in Duitsland. Burgers kunnen naar zo´n hof stappen als ze van mening zijn dat wetten ongrondwettelijk zijn. Zo is in Duitsland bijvoorbeeld het bewaren van mobiele telefoondata (de zogenoemde dataretentie) afgeschaft.

Wetten hebben echter alleen een beschermend effect voor de burger als de overheid zich ook houdt aan die wetten. En ook Nederlandse ambtenaren tonen met hoge regelmaat hun minachting voor geest en letter van de wet. Iedereen die de Nederlandse overheid wel eens van binnen heeft gezien weet dit. De afgelopen jaren hebben we op Webwereld regelmatig de voorbeelden voorbij zien komen rond aanbestedingsreglementen, de kieswet, de Wet Openbaarheid van Bestuur en de wettelijke vrijheden van journalisten om ons over dit alles te vertellen. En dat is alleen nog maar een relatief klein gebied als ICT... Ook internationaal doet onze overheid hard mee om van mensenrechten een concept te maken dat alleen bestaat als je ten westen van Istanboel woont en geen actief lid bent van Wikileaks.

Al het bovenstaande is, in ieder geval in theorie, te repareren via de nominaal democratische instituties die we in Nederland (en Brussel) hebben. Als we het belangrijk genoeg vinden.

Het echte probleem is veronderstelling #3: dat het überhaupt veel uitmaakt wat een paar mensen in Den Haag hier over roepen. De bulk van het elektronische berichtenverkeer van Nederlanders verloopt via de systemen van private bedrijven in de VS; Google/Gmail, Hotmail/MSN, Facebook, Twitter, LinkedIn, Apple, Amazon, Marktplaats/Ebay, enzovoort... En al die bedrijven, zelfs als hun systemen in Nederland staan, vallen onder de Patriot Act (2001) en zijn verplicht mee te werken aan ´The War on Terror´. In de praktijk betekent dit niet alleen onbeperkte toegang tot de data voor ruim twee dozijn inlichtingendiensten, maar ook de optie om bedrijven in kwestie te verbieden hun klant hierover in te lichten. Om als Amerikaans bedrijf (of bedrijf met een vestiging in de VS) tegen de Patriot Act, en dat soort post-2001 wetten, in te gaan moet je sterk in je schoenen staan.

De afgelopen 20 jaar is ´computeronderwijs´ nimmer uitgestegen boven mensen trainen in het gebruik van applicaties (en dan voornamelijk tekstverwerken op 1 product). Gevolg is nu een bevolking die niet alleen geen enkel begrip heeft van de systemen die het gebruikt, maar die ook nooit is geleerd een relatie te leggen tussen techniek en maatschappelijke onderwerpen.

De nieuwe Cyber Security Raad (CSR - weer een Three-letter Agency er bij!) wil graag serieus genomen worden door het nieuwe kabinet. Wellicht is dit een mooie eerste case waar deze groep haar tanden in kan zetten. Geeft ook meteen een goed gevoel als de CSR vanaf het begin de nadruk legt op het beschermen van de rechten van burgers.

Parlement en kabinet kunnen zich het best eens gaan beraden over de implicatie van het feit dat hun corebusiness, het maken van wetten, door hun eigen gebrek aan beleid op het gebied van ICT en ICT-onderwijs voor het online domein grotendeels irrelevant is geworden.