De deskundige die eeuwenlang het alleenrecht over schaarse middelen heeft gehad tegen de hobbyist die het tot de komst van internet zonder publicatiemogelijkheden moest stellen. Dat Andrew Keen (schrijver van The Cult Of The Amateur) bij journalisten een gewillig oor vond met zijn verhaal was voorspelbaar. Keen houdt in zijn boek immers een vurig pleidooi voor het belang van de professional met kennis en kunde en vindt de opkomst van publicerende amateurs een gruwel. "How today's internet is killing our culture", luidt de ondertitel van zijn boek.

Keen komt journalisten te hulp die zich bedreigd voelen door de opkomst van internet; logisch dat zij voor zijn verhaal maar al te graag zendtijd of redactiekolommen vrijmaken. Maar niet alleen Keen is voorspelbaar. Dat internet-evangelisten massaal over Keen heen vallen is natuurlijk evenmin verrassend. Want kom niet aan iemands geloof.

Ik snap dat een column eigenlijk polariserend moet werken, eigenlijk een mening moet uitvergroten, eigenlijk de extremen moet kiezen. Maar vandaag doe ik dat niet. Voor mij is er namelijk helemaal geen strijd tussen de amateur en de professional, voor mij is de vraag hoe die twee elkaar kunnen versterken.

Waar is de kracht van het publiek het grootst, waar is de professional onmisbaar? Want als je bij een organisatie van professionals werkt, of dat nu in een journalistiek bedrijf is, in de wetenschap, in de gezondheidszorg of waar dan ook, je kunt de trend niet negeren dat het publiek internet massaal omarmd heeft als publicatie- en communicatiemiddel.

Stonden tien jaar geleden nog klassieke partijen als CNN en de New York Times in de Top 100 van de meest bezochte sites volgens Alexa (op die lijst valt veel af te dingen, op de trend niet), het enige traditionele bedrijf dat bij recent nakijken nog in de Top 100 stond was de BBC. En wel pas op nummer 60... Verder staan in die hitlijst naast de zoekmachines alleen sites als YouTube, Facebook en MySpace. Oftewel: sites waar het publiek centraal staat en zelf een actieve rol speelt.

Als je als professional weet dat je publiek kennelijk actief wil zijn en mee wil praten, zet de deuren dan open! Waarom laten niet meer wetenschappers het publiek meehelpen bij het verzamelen van data? Waarom gebruiken niet meer fabrikanten de ervaringen van hun klanten bij productverbetering? Waarom zetten niet meer journalisten de deskundigheid van hun lezers in bij de research? Waarom zet de gezondheidszorg moderne internetmiddelen niet in om patienten elkaar te laten vinden en helpen?

Het kan tot productverbetering leiden, kosten besparen, betrokkenheid vergroten, noem maar op. En de professional kan dan zijn eigen specialisme blijven beoefenen. Als de wetenschapper de mensheid vooruit blijft helpen, als de journalist beter blijft formuleren en duiden dan een ander, als de dokter patienten beter blijft maken, hebben ze geen enkele reden om voor hun toekomst te vrezen.

Maar ze moeten er wel rekening mee houden dat het publiek zelf over steeds meer informatie beschikt, zelf kan publiceren en graag in openheid communiceert. Ze moeten hun toegevoegde waarde wel meer duidelijk maken dan ooit. En ze moeten zich wel mengen in het gesprek. Ze moeten wel willen luisteren. Ze moeten wel controle durven loslaten, want controle op internet is een illusie. En dan moet je je als professional wel kwetsbaar durven opstellen. En dat is eng. Dat is logisch. Maar als ze dat niet doen, hebben ze wel een probleem.

Over dat probleem schrijft Charlene Li van Forrester in Groundswell. In dat boek gaat zij in op de snel veranderende wereld dankzij de opkomst van internet. Groundswell is voor Li "A social trend in which people use technologies to get the things they need from eachother, rather than from traditional institutions like corporations".

Li ziet de macht en de invloed van de professional naar de amateur verschuiven. En ze signaleert dat je daar op verschillende manieren op kunt reageren. Li beschrijft drie typen mensen. Het ene uiterste is de 'corporatist' die zegt dat online activiteiten rechtstreeks bedrijfsmatig voordeel moeten hebben, het andere uiterste is de 'purist' die zegt dat de mens de grootste kracht op internet is. Daartussen in hangt de 'pragmatist' die signaleert dat het publiek de touwtjes in handen heeft gekregen maar dat een bedrijf of organisatie daar van kan profiteren. Normaal zoek ik graag de extremen op, maar in deze kwestie ben ik het met Forrester eens: ga in het midden zitten. Combineer de kracht van amateur en professional, publiek en bedrijf. En denk niet alleen aan Wikipedia en burgerjournalistiek. Er zijn tal van voorbeelden die laten zien hoe publiek en bedrijf of organisatie van elkaar kunnen profiteren.

Twee geheel verschillende voorbeelden die dat onderstrepen.

TomTom zet het publiek in om de kaarten actueel te houden. Wie veranderingen aan wegen en routes tegenkomt kan die online melden en TomTom zorgt voor voortdurende updates van zijn kaarten. Een mooi model: mensen betalen voor een apparaat en helpen vervolgens zelf mee om het product te verbeteren.

Vangstenregistratie.nl is op de eerste plaats een site van en voor vissers. Mannen (en een enkele vrouw) laten op foto's en video's trots hun vangsten zien en vergezellen die van informatie over grootte, soort aas, datum, plek, diepte en wat al niet meer. Ze doen dat voor zichzelf en voor hun vrienden. Maar de optelsom van die data is goud waard voor bijvoorbeeld het ministerie van landbouw en visserij. Immers: dankzij de informatie van tienduizenden vissers krijgen zij een gedetailleerd en jaar in jaar uit te volgen beeld van de visstand.