Het is zonder meer te prijzen dat politici als Femke Halsema en Mariko Peters een standpunt innemen over de complexe vraag hoe het verder moet met het auteursrecht op internet (De Volkskrant, vrijdag 2 april, p. 19). Het is echter ook belangrijk dat mensen die daar al iets langer over nadenken wijzen op de onduidelijkheden en de tegenstrijdigheden in hun standpunten.

Heksenjacht tegen tienerclubs

GroenLinks wil o.a. het auteursrecht verkorten van 70 jaar na de dood van de auteur tot 10 jaar na het moment waarop het werk is gemaakt en het auteursrecht op internet niet meer handhaven. GroenLinks wil ook de financiële onafhankelijkheid van kunstenaars versterken.

“In het dagelijks leven van miljoenen internetgebruikers is onmiddellijke digitale beschikbaarheid normaal”.

Veel internetgebruikers zijn er inderdaad aan gewend dat veel nieuws, muziek en films onmiddellijk én gratis beschikbaar is op internet, ongeacht of het aanbod er van met of zonder toestemming van of vergoeding aan de creatieve makers ervan plaatsvindt.

Na deze feitelijke constatering moet de vraag worden gesteld of dit wenselijk is. Die vraag stelt GroenLinks echter niet. Zij stelt:

“Ook het huidige auteursrecht biedt daar geen bescherming tegen”.

GroenLinks bedoelt daarmee vermoedelijk dat ondanks het huidige auteursrecht deze situatie is ontstaan. Vervolgens suggereert zij dat alleen onwenselijke handhaving hier iets aan zou kunnen veranderen. Dat is een belangrijk vraagpunt, maar het voorbeeld wat ze erbij geeft heeft er niets mee te maken:

“Of je zou in Nederland ook Walt Disney-taferelen moeten willen, waarbij tegen tienerfanclubs en kindercrèches wordt geprocedeerd”.

Tienerfanclubs een foto, een muziekfragment of een you tube filmpje van hun idool op een website zetten vormen uiteraard niet het probleem en een crèche die een Micky Mouse op de muur schildert al helemaal niet. Bezwaar daartegen door rechthebbenden is inderdaad niet wenselijk, maar dat kan eenvoudig worden opgelost door toepassing of uitbreiding van een bestaande beperking binnen het huidige auteursrecht.

Ook het volgende bezwaar dat “creatieve remixen” niet door “muziekindustrieën” mogen worden tegen gehouden is een kwestie die je binnen het huidige auteursrechtelijk systeem kan oplossen, voor zover het inderdaad een probleem is dat een oplossing behoeft. Halsema en Peters zijn erg gecharmeerd van “de prachtige digitale bewerking” Pride and Prejudice and Zombies. Zijn zij ook van mening dat iedere nog levende creatieve maker zich een bewerking van zijn werk tot een versie met zombies moet laten welgevallen?

Internetafsluiting

Het bezwaar tegen de sanctie van afsluiting van internet heeft helemaal niets te maken met het wel of niet functioneren van het huidige auteursrecht. Als je onwenselijk geachte gedragingen wilt tegen gaan kan dat via civielrechtelijke schadevergoeding of dwangsom of strafrechtelijk via boete of gevangenisstraf. Daar zou je de internetafsluiting als een soort digitaal straatverbod aan kunnen toevoegen. Of dat kan je niet doen. Maar met de handhaafbaarheid van auteursrecht als zodanig heeft het niets te maken.

Het grote probleem zijn de grote uitwisseldiensten zoals (voorheen) Mininova en de Pirate Bay waarop de meeste recente films, games, muziek en computerprogrammatuur massaal illegaal worden uitgewisseld, inderdaad: door (veelal jongere) eindgebruikers. En dan komt de meest gehoorde klacht: die jongeren mogen niet worden “gecriminaliseerd”.

Burgerrechten

Dat is natuurlijk maar een etiket dat je erop plakt: als je de activiteit onwenselijk vindt dan moet je ‘m verbieden, als je ‘m niet onwenselijk vindt moet je dat niet doen. Het feit dat je het dan ‘criminaliseren’ noemt voegt niets toe en doet er niets aan af. Met “beperking van burgerrechten” heeft het niets te maken: zolang het massaal uitwisselen van recente films, games, muziek en computerprogrammatuur zonder toestemming en zonder er iets voor te betalen onwenselijk wordt gevonden, kan en moet je het verbieden. (En als je het niet onwenselijk vindt moet je heel goed nadenken hoe je dan desondanks de financiële onafhankelijkheid van kunstenaars wilt versterken). Er bestaat namelijk geen burgerrecht om andermans creatieve prestaties te verspreiden.

Het auteursrecht is inderdaad niet bedoeld om vernieuwende creatieve uitingen tegen te gaan, maar daar gaat het ook helemaal niet om, - dat kan namelijk voor zover nodig binnen het huidige auteursrecht worden toegestaan - : het gaat om het 99% volstrekt consumptieve (dus geenszins vernieuwende of creatieve) gebruik van andermans creatieve prestaties door mensen die gewoon zonder te betalen de nieuwste films willen bekijken en de nieuwste games willen spelen.

GroenLinks vervolgt met het gebruikelijk verhaal over de uitbuiting van het kunstenaarsproletariaat door de industrie (het grootkapitaal).

“Het huidige auteursrecht garandeert niet of nauwelijks een eerlijk honorarium voor makers, noch faciliteert het breed en legaal gebruik van hun werk via internet”.

Het eerste klopt. Het auteursrecht garandeert geen inkomen, zelfs geen minimum inkomen. Als er geen vraag is naar iemands werk is de prijs laag, of zelfs nul. Het auteursrecht geeft de auteur wel zeggenschap over zijn werk en het recht om het gebruik van zijn werk toe te staan of te verbieden. Hij kan dat recht (tegen een hoge of lage vergoeding) overdragen, maar hij kan dat ook niet doen: hij kan, als zijn werk zich daarvoor leent, zijn werk ook zelf op internet zetten. Het auteursrecht faciliteert dus wel “breed en legaal gebruik van hun werk via internet” als de creatieve maker dat wil.

Oplossingen?

GroenLinks bepleit “modernisering van het auteursrecht waardoor digitale technieken kunnen bloeien, vernieuwende kunstenaars worden omarmd en alle makers eerlijke en handhaafbare vergoedingen ontvangen”. Zij stelt drie oplossingen voor.

“Als eerste moet er onderscheid kunnen worden gemaakt in de mate van auteursrechtelijke bescherming, afhankelijk van het soort gebruik door derden: commercieel, privé, kunstzinnig, wetenschappelijk of amateuristisch”.

Op welke manier moet tussen deze categorieën onderscheid worden gemaakt?

Waarschijnlijk moet “commercieel” onder het verbodsrecht van de auteur blijven vallen. Geldt dit ook voor commerciële tussenpersonen die websites exploiteren waarop particulieren (die zelf niet commercieel handelen) recente films, games, muziek en computerprogrammatuur ter massale gratis ‘uitwisseling’ aanbieden, terwijl deze tussenpersonen hier via reclame inkomsten veel geld aan verdienen? Kan GroenLinks de consequenties daarvan overzien?

Waarschijnlijk moeten “privé, kunstzinnig, wetenschappelijk of amateuristisch” grotendeels van auteursrechtelijke verboden worden vrijgesteld.

Betekent dit dat het privé dus altijd toegestaan is recente films, games, muziek en computerprogrammatuur ter ‘uitwisseling’ aan te aanbieden? Kan GroenLinks de consequenties daarvan overzien?

Als een amateurkoor een werk van een hedendaagse componist uitvoert en voor de uitvoering ervan aan het publiek wel of niet een vergoeding vraagt, heeft die componist dan geen recht op een (via Buma) te betalen vergoeding? Kan GroenLinks de consequenties daarvan overzien?

Bij kunstzinnig gebruik dat een vernieuwende creatieve bewerking die als een nieuw, oorspronkelijk werk of als een toelaatbare parodie kan worden aangemerkt, naar huidig recht al niet als inbreukmakend wordt aangemerkt. Je zou binnen het huidige systeem meer bewerkingen toelaatbaar kunnen achten. Dat is een keuze die je kunt maken, maar eenvoudig is die niet: Mag het werk van de auteur worden verminkt (met of zonder zombies)? Mag het werk met kleine wijzigingen worden geplagieerd? Kan GroenLinks de consequenties daarvan overzien?

Voor wetenschappelijk gebruik geldt dat de overheid binnen het huidige systeem maatregelen zou kunnen nemen dat met overheidsgeld gefinancierd werk na verloop van korte tijd gratis op internet zou moeten.

“Ten tweede is het goed om de duur van de auteursrechten te verkorten aangezien gemiddeld 97 procent van de royalty’s in de eerste zeven jaren na verschijning van een werk worden geïncasseerd – het enkele meesterwerk daargelaten. Korter, maar meer transparant en beter controleerbaar auteursrecht is effectiever te handhaven dan de langlopende auteursrechten die nu door tientallen belangen- en commerciële organisaties worden beheerd.

Bij de huidige duur komen films traag op de Europese markt of verschijnen niet vaker herhalingen via nieuwe kanalen. Daarom kan een prachtige digitale bewerking als Pride and Prejudice and Zombies alleen tot stand komen met klassieke romans waarvan de termijnen zijn verstreken. Voorstellen, naar aanleiding van wetenschappelijk onderzoek, variëren van vijf tot veertien jaar, met de mogelijkheid van verlenging voor bijzondere werken”.

Over de wenselijke duur van het auteursrecht valt te twisten. Voor computerprogrammatuur is lange bescherming zeker onnodig. Maar voor iets hogere kunst, literatuur, muziek en beeldende kunst, lijkt een bescherming gedurende de gehele duur van het leven van de auteur zonder meer redelijk. En in ieder geval is er geen enkele reden om aan te nemen dat een korter auteursrecht “meer transparant en beter controleerbaar” of “effectiever te handhaven” zou zijn. GroenLinks geeft ook geen enkele reden waarom dit wel zo zou zijn.

Dat auteursrechten “nu door tientallen belangen- en commerciële organisaties worden beheerd” is een feit en daar zijn zeker nadelen aan verbonden, maar waarom zou dat bij korter durend auteursrecht anders zijn? Die tientallen belangenorganisaties zijn overigens wel de enige hoop die kunstenaars hebben op enige financiële onafhankelijkheid, als de door GroenLinks verketterde producenten en uitgevers niets meer kunnen verdienen omdat op internet alles onmiddellijk en gratis beschikbaar moet zijn.

“Ten derde moeten de inkomens en contracten worden verbeterd door in de wet individuele schrijvers, artiesten en makers een sterkere onderhandelingspositie te geven tegenover hun uitgevers, omroepen of producenten. Ook zijn wij voorstander van de opheffing van het kartelverbod voor zelfstandige kunstenaars, naar Duits voorbeeld”.

Dit klinkt prachtig en misschien moet het worden geprobeerd. Een wetsvoorstel hiervoor is in voorbereiding. Wél moet bedacht worden dat de financiële onafhankelijkheid van kunstenaars in landen waar een dergelijk “auteursrechtcontractenrecht” bestaat (Duitsland, België en Frankrijk) in de praktijk echt niet groter of beter is in landen waar dat niet bestaat (Nederland, Engeland, Verenigde Staten). Als de vraag naar Nederlands product verder afneemt door het overweldigende aanbod via internet wordt de onderhandelingspositie van de Nederlandse kunstenaar er echt niet beter op.

Economische waarde

Als er bijvoorbeeld een wettelijke regeling komt dat kunstenaars recht hebben op een herhalingsvergoeding, dan betekent dat ongetwijfeld dat de vergoeding voor het eerste gebruik om laag gaat. De producent heeft namelijk niet ineens meer geld en kan ook niet meer geld aan de omroep, de adverteerder of de kijker vragen. Die laatste vindt het immers nu al normaal dat hij alles onmiddellijk en gratis op internet vindt.

Hiervoor geldt dat uiteindelijk de prijs van creatief werkt wordt bepaald door de economische waarde en dus door de vraag er naar. Populaire en succesvolle kunstenaars zullen dus (altijd veel) meer verdienen dan minder succesvolle. Tenzij we op internet het auteursrecht afschaffen of niet meer handhaven en alles vrijlaten en het voor iedere kunstenaar (die geen live optredens doet of buiten internet spullen kan verkopen) erg lastig wordt nog iets te verdienen.

“Kunstenaars willen gelezen, gezien en gehoord worden, burgers willen er toegang toe hebben: dat moet gemakkelijker en rechtvaardiger geregeld kunnen worden dan nu het geval is”.

Én GroenLinks wil de financiële onafhankelijkheid van kunstenaars versterken. Maar over het alternatief voor het verkorten en de facto afschaffen van het auteursrecht (op internet) moet GroenLinks misschien nog iets langer nadenken.

Dirk Visser is hoogleraar intellectuele eigendomsrecht in Leiden en advocaat in Amsterdam