Tegenstanders van een downloadverbod noemen vaak een internetheffing als alternatief. Door het heffen van een bedrag bovenop het internetabonnement wordt een inkomstenbron gecreëerd om de rechthebbenden van te compenseren.

Zo’n oplossing klinkt politici als muziek in de oren. Het is makkelijk uit te leggen en staat electoraal beter dan het verbieden van de favoriete hobby van internettend Nederland. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bijvoorbeeld D66 een internetheffing in het verkiezingsprogramma heeft opgenomen als alternatief voor een downloadverbod.

Het is echter de vraag of een internetheffing wel een werkbare en eerlijke oplossing is. Wat mij betreft kleven er grote nadelen aan een internetheffing zowel vanuit ethisch als praktisch oogpunt.

Heffing betekent het einde van nieuwe businessmodellen

Het belangrijkste argument tegen een internetheffing is dat het de beperkte marktwerking die er nu nog is op de markt voor digitale distributie om zeep helpt. Wanneer een internetheffing wordt ingevoerd, moet het downloaden (ook uit evident illegale bron) volledig worden gelegaliseerd. Het kan namelijk niet allebei: én een heffing bovenop het internetabonnement én moeten betalen voor digitaal aangeschafte content.

Het is (zeer terecht) niet aan een consument te verkopen dat hij bij iTunes nog een MP3tje moet kopen als ie al een heffing heeft betaald over zijn internetaansluiting. Door het invoeren van een internetheffing geef je de consument het recht om zoveel gratis te downloaden als hij of zij wil. Elke andere boodschap met een internetheffing is simpelweg niet te verkopen.

Het invoeren van een internetheffing betekent daarmee dus het einde van alle nieuwe, legale businessmodellen voor digitale contentdistributie.

Nationaal systeem onhoudbaar

Een nationaal systeem van internetheffingen is internationaal onhoudbaar. Met de downloadheffing wordt de thuiskopie exceptie dusdanig opgerekt dat het voor partijen nagenoeg onmogelijk zal worden om hun werken nog op een redelijke manier te exploiteren. Een dergelijke exceptie is daarmee in strijd met internationale auteursrechtverdragen.

Daarnaast kan een nationale heffing een ongewenst effect hebben voor Nederland. Omdat een internetheffing betekent dat downloaden volledig gelegaliseerd wordt, zal de verkoop van fysieke dragers instorten. De kans is dan groot dat internationale partijen niet langer bereid zijn om hun producten op de Nederlandse markt te brengen.

Eerlijke repartitie is onmogelijk zonder privacyschending

Een internetheffing betekent het nog verder oprekken van ons stelsel van collectief beheer. Dit systeem verdient nu al geen schoonheidsprijs, maar door de invoering van een internetheffing wordt repartitie van gelden nog vele malen ingewikkelder.

Zo is het volledig onduidelijk hoe de gelden die via een internetheffing binnenkomen verdeeld moeten worden. Want wat download men zoal? Welke e-books, films, en MP3tjes haalt men het meeste binnen? Voor een goed en eerlijk systeem van repartitie moet er controle zijn op alle gedownloade bestanden. Laat dit nu juist het punt zijn waarom iedereen mordicus tegen een download verbod is.

Niet downloaders zijn de dupe

Een heffingen systeem is noodzakelijkerwijs grofmazig. Iemand die niet download zal toch een heffing moeten betalen. Niet echt eerlijk. Verder zal het invoeren van een heffing betekenen dat gebruikers om het hardst gaan downloaden om zo het maximale uit hun heffing te halen. Het gevolg is dat de druk op het netwerk toeneemt. Ook de prestaties van de verbinding van de niet-downloader lijden hieronder.

Negatieve invloed op ISPs

Het is dan ook maar de vraag of ISPs blij zullen zijn met een internetheffing. De druk op hun netwerken zal ongetwijfeld toenemen, maar tegelijkertijd zullen de inkomsten teruglopen door stijgende abonnementskosten. Zonder effectief netwerkmanagement (iets waar de tegenstanders van een downloadverbod over het algemeen ook tegen zijn) kunnen de ISPs deze druk waarschijnlijk niet aan. Het afknijpen van een verbinding is echter ook geen optie, want dat is (wederom terecht) niet te verkopen aan de consument. Als je een heffing betaalt, moet je natuurlijk ook goed kunnen downloaden.

Piraterij wordt legaal

De lachende derde bij een internetheffing is uiteindelijk de (professionele) piraat. Omdat een downloadheffing effectief neerkomt op een legalisering van het downloaden, kan het haast niet anders dat het uploaden ook gelegaliseerd cq. gedoogd moet gaan worden. Je kan burgers immers niet belasten voor het consumeren van iets dat illegaal is. Dit betekent dat piraten (in Nederland) niet langer bang hoeven te zijn vervolging. Partijen zoals de Pirate Bay kunnen op deze manieren vele miljoenen aan inkomsten binnenhengelen zonder noemenswaardige inspanningen op creatief gebied.

De industrie slaat terug

De entertainment industrie staat niet bekend om haar innovatieve karakter als het gaat om digitale distributie, maar ze is wel heel goed in het beschermen van haar belangen. Wat mijn vermoeden is, is dat de entertainment industrie in de toekomst niet langer de mogelijkheid zal bieden in de toekomst om überhaupt te downloaden. De industrie zal waarschijnlijk dragers vaarwel zeggen en overgaan tot het aanbieden van toegangsrechten tot haar eigen streaming servers. De standaarden hiervoor (DECES en Keychest) zijn al volop in ontwikkeling. We eindigen dan met een downloadheffing, maar met niks om te downloaden.

De discussie over auteursrecht en internet is bijzonder ingewikkeld. Simpele oplossingen als een downloadheffing klinken mooi, maar in de praktijk kleven er grote nadelen aan. De politiek doet er verstandig aan deze nadelen niet uit het oog te verliezen.

Mr. dr. Bart W. Schermer is docent bij [email protected], het centrum voor recht in de informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden, partner bij onderzoek- en adviesbureau Considerati en beheerder van het blog Futureofcopyright.com.