De ruimere bevoegdheden voor Justitie zijn woensdag in werking getreden. Zowel de Tweede als Eerste Kamer gaven eerder al hun fiat aan het wetsvoorstel van minister Donner. Het gaat om twee wijzigingen in bestaande regelgeving die volgens kenners voor de internetwereld een hele grote stap zijn. De eerste wijziging betreft gegevens over het telecommunicatieverkeer van de gebruiker, zoals het tijdstip van een gesprek, de nummers en de locatie. Ze verschaffen inzicht in het telecommunicatiegedrag en het patroon van contacten van een verdachte, zo stelt Justitie. Waar eerst nog de rechter-commissaris toestemming moest geven voor het opvragen van dergelijke gegevens, kan nu ook de officier van justitie dat doen.

Eenvoudiger

Ook het opvragen van gebruikersgegevens bij providers is een stuk eenvoudiger geworden. Vanaf deze week mogen namelijk ook opsporingsambtenaren dat doen. Het gaat hier om naam- en adresgegevens van een verdachte bij bijvoorbeeld een ip-adres. Dergelijke gegevens zijn onmisbaar voor een strafvorderlijk onderzoek, benadrukt Justitie. Burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom wees al diverse malen op de implicaties van de wijzigingen. "Voor de internetwereld is dit een hele grote stap", zo zegt Sjoera Nas van de privacyorganisatie. "Eerst gebeurde het aanvragen van de naw-gegevens alleen bij verdenking van een misdrijf. Nu kan dat ook gebeuren bij personen die niet verdacht zijn." Het wetsvoorstel van Donner is gebaseerd op de voorstellen van de commissie Mevis. Al in 2001 adviseerde deze commissie de toegang tot gegevens voor politie en justitie te vergemakkelijken en verschillende drempels te verlagen.