In een e-mailuitwisseling bespraken de ingenieurs of de Columbia misschien ernstige schade had opgelopen. Een onbekend object had net na het opstijgen van de shuttle de linker vleugel geraakt. De ingenieurs vreesde een dag voor de landing nog dat de brandwerende platen mogelijk beschadigd waren, zo meldt Reuters. "In dat geval adviseren we dat ze zo snel mogelijk uit de shuttle moeten komen (ervan uitgaande dat de vleugel niet eerder afbrandt)", zo schrijft Jeffrey Kling, medewerker van NASA, in een van de e-mails. Inmiddels had de vluchtleiding, die de e-mails nooit onder ogen kreeg, al besloten dat er niets aan de hand was. De leiding werd gerust gesteld door analyses van onder andere Boeing. De brandwering zou weliswaar beschadigd zijn, maar niet genoeg om de shuttle in gevaar te brengen. Volgens een onderzoekscommissie van NASA was er inderdaad een scheur in de vuurwerende bepantsering van de Columbia. Hierdoor kon verhit plasma in het wielgedeelte van de shuttle komen waardoor het openbrak en ontplofte.