Het onderzoek volgt op verschillende klachten van Sun Microsystems die dateren van 1998 tot dit jaar. Het bedrijf beschuldigde Microsoft daarin van misbruik van haar dominante aandeel in de markt voor besturingssystemen. Het softwareconcern zou dat marktleiderschap hebben gebruikt om haar positie in de markt voor serversoftware te versterken. Volgens Sun heeft Microsoft telkens geweigerd om informatie te verstrekken over de zogeheten Application Programming Interfaces (API) van haar Windows besturingssysteem. Die informatie heeft Sun nodig heeft om Windows compatibel te maken met niet van Microsoft afkomstige serversoftware. Verder claimde Sun dat Microsoft een ontoelaatbaar onderscheid maakt bij het verstrekken van licenties. Microsoft zou daarbij werken volgens een zogeheten 'vriend of vijand'-schema, waarbij Sun duidelijk niet tot de vrienden gerekend kan worden. De Europese Commissie (EC) liet in een verklaring weten het met Sun eens te zijn. Microsoft heeft volgens de EC slechts gedeeltelijke informatie ter beschikking gesteld aan concurrenten. De softwaregigant heeft daarbij naar de mening van de EC ontoelaatbaar onderscheid gemaakt tussen de verschillende concurrenten. In de zaak die in de Verenigde Staten tegen Microsoft is gevoerd, heeft rechter Thomas Penfield Jackson al bepaald Microsoft haar API's en de technische informatie ter beschikking moet stellen aan derden. Microsoft is van plan tegen die beslissing in beroep te gaan. Ook de beschuldiging van de EC heeft het concern van de hand gewezen. In een verklaring stelt de onderneming de distributrie en het gebruik van haar API's in de industrie juist aan te moedigen. Microsoft stelt verder dat de informatie die Sun wil hebben, beschikbaar is 'in welke boekhandel, op welke Microsoft-website of tijdens welke ontwikkelaarsbijeenkomst dan ook'.